Vrijval dividendbelastingschuld belast

Een BV die dividend uitkeert aan haar aandeelhouders is verplicht op het dividend dividendbelasting in te houden en deze belasting op aangifte af te dragen aan de Belastingdienst. Op de balans per 31 december 2010 van een BV stond onder de schulden een bedrag aan nog te betalen dividendbelasting. De naheffingstermijn voor deze dividendbelasting was op dat moment al verstreken. Dat betekende dat de dividendbelastingschuld vrij moest vallen. De vraag was of deze vrijval een belaste of een onbelaste vermogensvermeerdering inhield voor de BV. De BV meende dat de vrijval onbelast was, omdat uitdelingen van winst zoals dividenduitkeringen niet aftrekbaar van de winst zijn. Omdat het betalen of als schuld op de balans opnemen van dividendbelasting geen aftrekpost inhoudt, kan terugboeking daarvan nooit tot een belaste bijtelling leiden.

 

Hof Amsterdam was van oordeel dat, aangezien volgens de Wet Vpb ’69 een BV haar onderneming drijft met behulp van haar gehele vermogen, de vermogensvermeerdering door het vrijvallen van de dividendbelastingschuld in beginsel tot de winst moet worden gerekend. Dat ingehouden dividendbelasting als onderdeel van het bruto dividend een niet-aftrekbare onttrekking aan het vermogen van een BV vormt, impliceert volgens het hof niet dat het vrijvallen van de dividendbelastingschuld een negatieve niet-belaste onttrekking vormt. Gezien het bijzondere karakter van de vrijval van de dividendbelastingschuld vond het hof niet dat de vrijval fiscaal anders moest worden behandeld dan de vrijval van enige andere schuld.

<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">Een BV die dividend uitkeert aan haar aandeelhouders is verplicht op het dividend dividendbelasting in te houden en deze belasting op aangifte af te dragen aan de Belastingdienst. Op de balans per 31 december 2010 van een BV stond onder de schulden een bedrag aan nog te betalen dividendbelasting. De naheffingstermijn voor deze dividendbelasting was op dat moment al verstreken. Dat betekende dat de dividendbelastingschuld vrij moest vallen. De vraag was of deze vrijval een belaste of een onbelaste vermogensvermeerdering inhield voor de BV. De BV meende dat de vrijval onbelast was, omdat uitdelingen van winst zoals dividenduitkeringen niet aftrekbaar van de winst zijn. Omdat het betalen of als schuld op de balans opnemen van dividendbelasting geen aftrekpost inhoudt, kan terugboeking daarvan nooit tot een belaste bijtelling leiden.</P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt"><?xml:namespace prefix = o ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:office" /><o:p>&nbsp;</o:p></P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">Hof Amsterdam was van oordeel dat, aangezien volgens de Wet Vpb ’69 een BV haar onderneming drijft met behulp van haar gehele vermogen, de vermogensvermeerdering door het vrijvallen van de dividendbelastingschuld in beginsel tot de winst moet worden gerekend. Dat ingehouden dividendbelasting als onderdeel van het bruto dividend een niet-aftrekbare onttrekking aan het vermogen van een BV vormt, impliceert volgens het hof niet dat het vrijvallen van de dividendbelastingschuld een negatieve niet-belaste onttrekking vormt. Gezien het bijzondere karakter van de vrijval van de dividendbelastingschuld vond het hof niet dat de vrijval fiscaal anders moest worden behandeld dan de vrijval van enige andere schuld.</P>
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u