
De Wet Waardering Onroerende Zaken kent een vrijstelling die geldt voor zogenaamde waterverdedigingswerken. Waterverdedigingswerken zijn bijvoorbeeld kaden en dijken. De vrijstelling geldt alleen voor zover een perceel wordt beheerd door een waterschap of hoogheemraadschap en niet voor delen van onroerende zaken die dienen als woning. Een gemeentelijke heffingsambtenaar was van mening dat de vrijstelling voor waterverdedigings- en waterbeheersingswerken alleen gold voor werken in eigendom van de overheid. Volgens Hof Den Haag is de vrijstelling voor waterverdedigingswerken ook van toepassing op percelen in particuliere eigendom. De uitzondering voor delen die dienen als woning heeft volgens het hof betrekking op de woning met ondergrond en niet op het hele perceel waarop de woning is gelegen.
Een waterverdedigingswerk kan verdeeld worden in een kernzone, een beschermingszone en een buitenbeschermingszone. In deze casus waren de kernzone en de beschermingszone in beheer bij het hoogheemraadschap. Op deze strook mochten zonder vergunning geen werkzaamheden worden verricht en verrichtte het hoogheemraadschap periodiek groot onderhoud. Voor deze zones was de vrijstelling van toepassing. De buitenbeschermingszone was niet in beheer bij het hoogheemraadschap en viel daarom niet onder de vrijstelling.