
Bij de invoer van goederen moeten douanerechten worden betaald. Voor bepaalde farmaceutische stoffen geldt een vrijstelling van douanerechten. Niet duidelijk is of de vrijstelling van douanerechten is beperkt tot deze stoffen in zuivere vorm. De vraag is of deze beperking geldt bij de toepassing van de vrijstelling. Mogen andere stoffen aan de farmaceutische werkzame stof worden toegevoegd zonder gevaar voor de vrijstelling? Is de toevoeging van andere stoffen alleen toegestaan ter conservering van de farmaceutische stof zonder invloed op de werkzaamheid? Of geldt als voorwaarde dat vermenging met andere stoffen niet tot gevolg mag hebben dat het ontstane product minder geschikt is voor farmaceutische toepassingen dan de stof in zuivere vorm?
Gezien de onduidelijkheid heeft de Hoge Raad het Hof van Justitie EG gevraagd om een prejudiciƫle beslissing.