Vrijstelling verbetering landbouwstructuur
Bij de verkrijging van onroerende zaken wordt overdrachtsbelasting geheven. Voor een aantal situaties zijn er vrijstellingen van overdrachtsbelasting opgenomen in de wet. Voor de landbouwsector waren er meerdere vrijstellingen, die inmiddels zijn vervangen door één vrijstelling. Een van deze vrijstellingen had betrekking op de verkrijging van aangrenzende landerijen wanneer door de verkrijging de structuur van de landbouw werd bevorderd. Voor de beoordeling van een mogelijke structuurverbetering ging het om de algemene landbouwstructuur in het desbetreffende gebied, waarbij zowel de positie van de verkrijger als die van de verkoper van de landerijen in de beoordeling moest worden betrokken. Factoren die een rol spelen zijn de bereikbaarheid van de percelen, de eventuele schaalvergroting, de vermindering van het aantal losse percelen, de kavelgrootte, de mogelijkheden tot rendabele exploitatie, de spreiding van de landbouwbedrijven en het duurzaam in stand houden of bevorderen van de agrarische productie. De structuurverbetering hoeft niet meteen in te treden, maar wel moet redelijkerwijs aannemelijk zijn dat zij zal kunnen worden verwezenlijkt.
De vraag was of er een structuurverbetering was bij de verkrijging van landbouwgrond die op het moment van de verkrijging wordt verpacht aan de verkoper. Volgens Hof Den Haag was dat het geval. Door deze transactie kon een akkerbouwbedrijf, dat aanvankelijk werd geëxploiteerd op 50 hectare, worden uitgebreid tot 80 hectare. Door de verkoop onder voorbehoud van een pachtrecht was het voor de verkopers mogelijk om de voorheen gezamenlijk gedreven landbouwonderneming te splitsen in twee separate ondernemingen. Vanuit de verkopers bezien werd het landbouwareaal groter.
Het doel van de kopers was het in stand houden van landerijen als landbouwgrond. Zij kochten de betreffende percelen omdat deze grensden aan reeds bij hen in bezit zijnde landbouwgrond.
Bij de verkrijging van onroerende zaken wordt overdrachtsbelasting geheven. Voor een aantal situaties zijn er vrijstellingen van overdrachtsbelasting opgenomen in de wet. Voor de landbouwsector waren er meerdere vrijstellingen, die inmiddels zijn vervangen door één vrijstelling. Een van deze vrijstellingen had betrekking op de verkrijging van aangrenzende landerijen wanneer door de verkrijging de structuur van de landbouw werd bevorderd. Voor de beoordeling van een mogelijke structuurverbetering ging het om de algemene landbouwstructuur in het desbetreffende gebied, waarbij zowel de positie van de verkrijger als die van de verkoper van de landerijen in de beoordeling moest worden betrokken. Factoren die een rol spelen zijn de bereikbaarheid van de percelen, de eventuele schaalvergroting, de vermindering van het aantal losse percelen, de kavelgrootte, de mogelijkheden tot rendabele exploitatie, de spreiding van de landbouwbedrijven en het duurzaam in stand houden of bevorderen van de agrarische productie. De structuurverbetering hoeft niet meteen in te treden, maar wel moet redelijkerwijs aannemelijk zijn dat zij zal kunnen worden verwezenlijkt.
De vraag was of er een structuurverbetering was bij de verkrijging van landbouwgrond die op het moment van de verkrijging wordt verpacht aan de verkoper. Volgens Hof Den Haag was dat het geval. Door deze transactie kon een akkerbouwbedrijf, dat aanvankelijk werd geëxploiteerd op 50 hectare, worden uitgebreid tot 80 hectare. Door de verkoop onder voorbehoud van een pachtrecht was het voor de verkopers mogelijk om de voorheen gezamenlijk gedreven landbouwonderneming te splitsen in twee separate ondernemingen. Vanuit de verkopers bezien werd het landbouwareaal groter.
Het doel van de kopers was het in stand houden van landerijen als landbouwgrond. Zij kochten de betreffende percelen omdat deze grensden aan reeds bij hen in bezit zijnde landbouwgrond.