Vrijstelling landgoederen deels van toepassing

Bij de verkrijging van een onroerende zaak is overdrachtsbelasting verschuldigd. Er geldt een vrijstelling van overdrachtsbelasting voor de verkrijging van landgoederen die vallen onder de Natuurschoonwet 1928. Op toepassing van die vrijstelling moet een beroep worden gedaan. De vrijstelling kan op grond van beleid van de staatssecretaris van Financiƫn ook worden toegepast op een landgoed dat wel voldoet aan de voorwaarden van de Natuurschoonwet, maar op het moment van de verkrijging nog niet als zodanig is aangemerkt. Het verzoek om het landgoed zoals dat heet te rangschikken als landgoed moet ten tijde van de akte van levering zijn ingediend. Als achteraf blijkt dat de onroerende zaak op het moment van de levering toch niet aan de voorwaarden voldeed moet alsnog overdrachtsbelasting betaald worden. In een procedure voor Hof Arnhem was in geschil of de vrijstelling van toepassing was en zo ja, wat dan de waarde was van het deel van de verkregen onroerende zaak dat niet onder de landgoedregeling viel. Volgens Hof Arnhem voldeed het ingediende verzoek aan de daaraan gestelde voorwaarden. De belanghebbenden hadden binnen de aangiftetermijn van tien dagen een beroep op de vrijstelling gedaan, een ondertekende akte van levering overgelegd en bij de akte een (kopie van) het verzoek om rangschikking onder de Natuurschoonwet 1928 overgelegd. De inspecteur maakte de door hem verdedigde waarde van het niet onder de Natuurschoonwet 1928 vallende gedeelte van het perceel aannemelijk met behulp van een taxatierapport. De belanghebbenden maakten de door hen verdedigde lagere waarde niet aannemelijk. Het Hof liet daarom de opgelegde naheffingsaanslag overdrachtsbelasting in stand.
Bij de verkrijging van een onroerende zaak is overdrachtsbelasting verschuldigd. Er geldt een vrijstelling van overdrachtsbelasting voor de verkrijging van landgoederen die vallen onder de Natuurschoonwet 1928. Op toepassing van die vrijstelling moet een beroep worden gedaan. De vrijstelling kan op grond van beleid van de staatssecretaris van Financiƫn ook worden toegepast op een landgoed dat wel voldoet aan de voorwaarden van de Natuurschoonwet, maar op het moment van de verkrijging nog niet als zodanig is aangemerkt. Het verzoek om het landgoed zoals dat heet te rangschikken als landgoed moet ten tijde van de akte van levering zijn ingediend. Als achteraf blijkt dat de onroerende zaak op het moment van de levering toch niet aan de voorwaarden voldeed moet alsnog overdrachtsbelasting betaald worden. In een procedure voor Hof Arnhem was in geschil of de vrijstelling van toepassing was en zo ja, wat dan de waarde was van het deel van de verkregen onroerende zaak dat niet onder de landgoedregeling viel. Volgens Hof Arnhem voldeed het ingediende verzoek aan de daaraan gestelde voorwaarden. De belanghebbenden hadden binnen de aangiftetermijn van tien dagen een beroep op de vrijstelling gedaan, een ondertekende akte van levering overgelegd en bij de akte een (kopie van) het verzoek om rangschikking onder de Natuurschoonwet 1928 overgelegd. De inspecteur maakte de door hem verdedigde waarde van het niet onder de Natuurschoonwet 1928 vallende gedeelte van het perceel aannemelijk met behulp van een taxatierapport. De belanghebbenden maakten de door hen verdedigde lagere waarde niet aannemelijk. Het Hof liet daarom de opgelegde naheffingsaanslag overdrachtsbelasting in stand.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u