
Bij de uitkering van dividend door een Nederlandse vennootschap aan haar aandeelhouders moet dividendbelasting worden ingehouden. Op grond van Europese regelgeving blijft in bepaalde gevallen inhouding van dividendbelasting achterwege als de aandeelhouder een in de Europese Unie of in de Europese Economische Ruimte gevestigde vennootschap is met een aandelenbelang van 5% of meer in de Nederlandse vennootschap.
Volgens het Hof van Justitie EG is de Nederland inhoudingsvrijstelling in de Wet op de Dividendbelasting niet correct voor vennootschappen die zijn gevestigd in landen van de Europese Economische Ruimte. Nederland stelt dividenden die zijn uitbetaald aan vennootschappen die zijn gevestigd in IJsland of Noorwegen niet op dezelfde wijze vrij van inhouding van dividendbelasting als dividenden die worden uitbetaald aan vennootschappen die zijn gevestigd in lidstaten van de EU.
Met ingang van 11 juni 2009 hoeft geen dividendbelasting ingehouden te worden op dividenduitkeringen aan in IJsland of Noorwegen gevestigde vennootschappen die een belang van 5% of meer hebben in de uitkerende vennootschap. Voor het achterwege laten van de inhouding van dividendbelasting in die gevallen gelden de normale voorwaarden van artikel 4 van de Wet op de Dividendbelasting.
Rechtsvormen die voldoen aan de voorwaarden zijn de Noorse Aksjeselskap (AS) en Almenaksjeselskap (ASA) en de IJslandse Hlutafelag (HF) en Einkahlutafelag (EHF).
De opbrengstgerechtigde moet in IJsland of Noorwegen onderworpen zijn aan de daar geheven, met de Nederlandse vennootschapsbelasting vergelijkbare, belasting naar de winst.