
Voor het gebruik van grondwater in een gesloten systeem voor warmte- en koudeopslag kent de grondwaterbelasting een vrijstelling. De vrijstelling geldt echter slechts indien is voldaan aan de voorwaarden die zijn gesteld in de vereiste vergunning ingevolgde de Grondwaterwet voor het onttrekken en terugvoeren van water.
Een appartementencomplex werd verwarmd met behulp van een installatie voor koude- en warmteopslag. De installatie maakte gebruik van grondwater, dat werd opgepompt en weer werd teruggevoerd in de bodem na afgifte van warmte. Er was een vergunning voor het onttrekken en terugvoeren van grondwater, maar de daarin genoemde hoeveelheid water werd ieder jaar in ruime mate overschreden. Dat was aanleiding voor het opleggen van een naheffingsaanslag grondwaterbelasting. Hof Den Haag was van oordeel dat met uitzondering van de hoeveelheid onttrokken water volledig aan de in de vergunning gestelde voorwaarden was voldaan. Daarom had de belanghebbende recht op de vrijstelling.
De Hoge Raad heeft de uitspraak van het hof vernietigd. Uit de Grondwaterwet volgt dat op een onttrekking van grondwater die, bijvoorbeeld wegens overschrijding van de in de vergunning vermelde hoeveelheid, niet door een vergunning wordt gedekt, de vrijstelling van grondwaterbelasting niet van toepassing is.