Vrijstelling culturele prestaties niet afhankelijk van rechtsvorm
De Wet op de Omzetbelasting kent een vrijstelling voor diensten van sociale en culturele aard. Voorwaarde voor toepassing van deze vrijstelling is dat de ondernemer geen winst beoogt.
De inspecteur weigerde de exploitant van een ijscentrum ondanks het ontbreken van exploitatieoverschotten de toepassing van deze vrijstelling. Omdat de exploitant een BV was werd er volgens de inspecteur winst beoogd. Zou de exploitant een stichting zijn geweest, dan was dit anders, aldus de inspecteur. De exploitant betoogde dat er niet alleen nooit winst was gemaakt met de exploitatie van het ijscentrum, maar dat er ook geen kans bestond dat dit in de toekomst wel het geval zou zijn.
Hof Amsterdam vond aannemelijk dat met de exploitatie van het ijscentrum geen winst werd beoogd. Een winst beogende ondernemer zou in de gegeven omstandigheden de exploitatie zonder reële kans op winst niet hebben voortgezet. Het Hof merkte verder op dat de rechtsvorm van de exploitant niet doorslaggevend is voor de beoordeling of met bepaalde prestaties winst wordt beoogd.
De Wet op de Omzetbelasting kent een vrijstelling voor diensten van sociale en culturele aard. Voorwaarde voor toepassing van deze vrijstelling is dat de ondernemer geen winst beoogt.
De inspecteur weigerde de exploitant van een ijscentrum ondanks het ontbreken van exploitatieoverschotten de toepassing van deze vrijstelling. Omdat de exploitant een BV was werd er volgens de inspecteur winst beoogd. Zou de exploitant een stichting zijn geweest, dan was dit anders, aldus de inspecteur. De exploitant betoogde dat er niet alleen nooit winst was gemaakt met de exploitatie van het ijscentrum, maar dat er ook geen kans bestond dat dit in de toekomst wel het geval zou zijn.
Hof Amsterdam vond aannemelijk dat met de exploitatie van het ijscentrum geen winst werd beoogd. Een winst beogende ondernemer zou in de gegeven omstandigheden de exploitatie zonder reële kans op winst niet hebben voortgezet. Het Hof merkte verder op dat de rechtsvorm van de exploitant niet doorslaggevend is voor de beoordeling of met bepaalde prestaties winst wordt beoogd.