Vrijstelling BTW voor kinderopvang ook voor bemiddelingsinstelling
Een instelling hield zich bezig met het uitvoeren van kinderopvangregelingen van werkgevers en gemeenten. Zij verzorgde de plaatsing van kinderen bij kinderdagverblijven of gastouders door op eigen naam met die kinderdagverblijven of gastouders overeenkomsten te sluiten. De instelling inde de maandelijkse eigen bijdrage van de werknemers en verzorgde de financiƫle administratie die een opdrachtgever nodig heeft voor de uitvoering van zijn kinderopvangregeling. De vergoeding, die de instelling berekende, bestond uit de door de kinderopvangorganisaties in rekening gebrachte bedragen plus een bemiddelingstarief voor de door haar verrichte werkzaamheden. De belastingdienst was van mening, dat het bemiddelingstarief niet onder de vrijstelling van omzetbelasting viel, die geldt voor kinderopvang, en legde een naheffingsaanslag op. Hof Amsterdam was van oordeel, dat de diensten van de instelling geheel vrijgesteld waren. Er was sprake van commissionairsdiensten, waarbij diensten werden ingekocht en weer doorverkocht. Omdat op de ingekochte diensten de vrijstelling voor kinderopvang van toepassing was, gold dat ook voor de doorverkochte diensten. De overige werkzaamheden die de instelling verrichtte, vielen ook onder de vrijstelling, omdat ze een noodzakelijke aanvulling op de hoofddienst waren en geen zelfstandig karakter hadden. De Hoge Raad heeft de uitspraak van het Hof nu bevestigd. Volgens de Hoge Raad verricht een commissionair geen andere dienst dan de dienst die aan hem wordt verricht, en is geen sprake van een aparte bemiddelingsdienst van de commissionair. Hij brengt voor de door hem verrichte dienst een totaalbedrag in rekening inclusief zijn de beloning voor zijn tussenkomst.
Een instelling hield zich bezig met het uitvoeren van kinderopvangregelingen van werkgevers en gemeenten. Zij verzorgde de plaatsing van kinderen bij kinderdagverblijven of gastouders door op eigen naam met die kinderdagverblijven of gastouders overeenkomsten te sluiten. De instelling inde de maandelijkse eigen bijdrage van de werknemers en verzorgde de financiƫle administratie die een opdrachtgever nodig heeft voor de uitvoering van zijn kinderopvangregeling. De vergoeding, die de instelling berekende, bestond uit de door de kinderopvangorganisaties in rekening gebrachte bedragen plus een bemiddelingstarief voor de door haar verrichte werkzaamheden. De belastingdienst was van mening, dat het bemiddelingstarief niet onder de vrijstelling van omzetbelasting viel, die geldt voor kinderopvang, en legde een naheffingsaanslag op. Hof Amsterdam was van oordeel, dat de diensten van de instelling geheel vrijgesteld waren. Er was sprake van commissionairsdiensten, waarbij diensten werden ingekocht en weer doorverkocht. Omdat op de ingekochte diensten de vrijstelling voor kinderopvang van toepassing was, gold dat ook voor de doorverkochte diensten. De overige werkzaamheden die de instelling verrichtte, vielen ook onder de vrijstelling, omdat ze een noodzakelijke aanvulling op de hoofddienst waren en geen zelfstandig karakter hadden. De Hoge Raad heeft de uitspraak van het Hof nu bevestigd. Volgens de Hoge Raad verricht een commissionair geen andere dienst dan de dienst die aan hem wordt verricht, en is geen sprake van een aparte bemiddelingsdienst van de commissionair. Hij brengt voor de door hem verrichte dienst een totaalbedrag in rekening inclusief zijn de beloning voor zijn tussenkomst.