Vrijstelling bij invoer voor verzendingen met geringe waarde

De EG-verordening die een communautaire regeling inzake douanevrijstellingen bevat, kent een vrijstelling voor goederen met een te verwaarlozen waarde die rechtstreeks uit een derde land aan een geadresseerde in de Gemeenschap worden verzonden. De geadresseerde van een zending is de persoon bij wie de goederen moeten worden afgeleverd. De geadresseerde hoeft ten tijde van de invoer niet de beschikkingsmacht te hebben over het goed en hoeft evenmin degene te zijn die de douanerechten verschuldigd is. De vraag is of toepassing van de vrijstelling op afzonderlijke goederen ingeval van gegroepeerde verzending wel recht doet aan de doelstelling van de vrijstelling. Deze doelstelling is vermindering van de administratieve lasten. De administratieve kosten bij kleine zendingen van geringe waarde zullen doorgaans hoger zijn dan het bedrag van de douanerechten. Bij groepagezending zal een wanverhouding tussen de aan inning verbonden administratieve kosten en het aan douanerechten verschuldigde bedrag zich niet snel voordoen. De voorwaarde van rechtstreekse verzending heeft als doel de vermijding van concurrentieverstoringen die kunnen ontstaan door speciale activiteiten te ontwikkelen of door bestaande activiteiten te verplaatsen. In het licht van deze doelstelling zou de voorwaarde anders kunnen worden uitgelegd waardoor alleen van rechtstreekse verzending uit een derde land sprake is indien de contractspartij van de geadresseerde daar is gevestigd. Bij deze uitleg zou de vrijstelling in de situatie waarin de verkoper en de koper beide in de EU wonen, maar de verzending plaatsvindt uit een ander land, niet van toepassing zijn. De Hoge Raad ziet in deze onduidelijkheden aanleiding om het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen een uitspraak te vragen.
De EG-verordening die een communautaire regeling inzake douanevrijstellingen bevat, kent een vrijstelling voor goederen met een te verwaarlozen waarde die rechtstreeks uit een derde land aan een geadresseerde in de Gemeenschap worden verzonden. De geadresseerde van een zending is de persoon bij wie de goederen moeten worden afgeleverd.
De geadresseerde hoeft ten tijde van de invoer niet de beschikkingsmacht te hebben over het goed en hoeft evenmin degene te zijn die de douanerechten verschuldigd is. De vraag is of toepassing van de vrijstelling op afzonderlijke goederen ingeval van gegroepeerde verzending wel recht doet aan de doelstelling van de vrijstelling. Deze doelstelling is vermindering van de administratieve lasten. De administratieve kosten bij kleine zendingen van geringe waarde zullen doorgaans hoger zijn dan het bedrag van de douanerechten. Bij groepagezending zal een wanverhouding tussen de aan inning verbonden administratieve kosten en het aan douanerechten verschuldigde bedrag zich niet snel voordoen.
De voorwaarde van rechtstreekse verzending heeft als doel de vermijding van concurrentieverstoringen die kunnen ontstaan door speciale activiteiten te ontwikkelen of door bestaande activiteiten te verplaatsen. In het licht van deze doelstelling zou de voorwaarde anders kunnen worden uitgelegd waardoor alleen van rechtstreekse verzending uit een derde land sprake is indien de contractspartij van de geadresseerde daar is gevestigd. Bij deze uitleg zou de vrijstelling in de situatie waarin de verkoper en de koper beide in de EU wonen, maar de verzending plaatsvindt uit een ander land, niet van toepassing zijn. De Hoge Raad ziet in deze onduidelijkheden aanleiding om het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen een uitspraak te vragen.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u