Vrijspraak DGA voor samenhangend delict voorkwam boete aan BV niet

De belastingdienst corrigeerde door middel van een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting de winst van een BV met een bedrag van ƒ 30.000, dat ten onrechte als kosten in mindering was gebracht. De factuur, die op dit bedrag betrekking had, was vals. De persoon die de factuur had opgemaakt was daarvoor strafrechtelijk veroordeeld. Betaling had wel plaatsgevonden maar volgens de persoon die de factuur had opgemaakt was het hele bedrag doorbetaald aan de DGA. Aan de BV werd een boete opgelegd van 50 % van de nagevorderde belasting. De DGA werd vervolgd wegens mede plegen van valsheid in geschrifte. De rechtbank sprak hem vrij. Volgens de rechtbank Haarlem rustte de bewijslast dat de betreffende factuur van ƒ 30.000 op ondernemingskosten betrekking had op de BV. Er was geen aanleiding om de bewijslast te verzwaren zoals de belastingdienst bepleitte. De BV kon niet bewijzen dat er prestaties stonden tegenover de factuur. Volgens de rechtbank riep de factuur veel vragen op waarop de BV geen bevredigend antwoord had gegeven. De vervolging en vrijspraak van de DGA voor het valselijk opmaken of vervalsen van stukken voorkwam niet dat aan de BV een boete kon worden opgelegd. Volgens de rechtbank was er geen samenloop van strafbare feiten, omdat de boete aan de BV was opgelegd voor het gebruik van valse stukken. Dat is een ander delict dan het delict waarvoor de DGA was vervolgd. De boete werd wegens het overschrijden van de redelijke termijn met 10 % verminderd.
De belastingdienst corrigeerde door middel van een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting de winst van een BV met een bedrag van ƒ 30.000, dat ten onrechte als kosten in mindering was gebracht. De factuur, die op dit bedrag betrekking had, was vals. De persoon die de factuur had opgemaakt was daarvoor strafrechtelijk veroordeeld. Betaling had wel plaatsgevonden maar volgens de persoon die de factuur had opgemaakt was het hele bedrag doorbetaald aan de DGA. Aan de BV werd een boete opgelegd van 50 % van de nagevorderde belasting. De DGA werd vervolgd wegens mede plegen van valsheid in geschrifte. De rechtbank sprak hem vrij. Volgens de rechtbank Haarlem rustte de bewijslast dat de betreffende factuur van ƒ 30.000 op ondernemingskosten betrekking had op de BV. Er was geen aanleiding om de bewijslast te verzwaren zoals de belastingdienst bepleitte. De BV kon niet bewijzen dat er prestaties stonden tegenover de factuur. Volgens de rechtbank riep de factuur veel vragen op waarop de BV geen bevredigend antwoord had gegeven. De vervolging en vrijspraak van de DGA voor het valselijk opmaken of vervalsen van stukken voorkwam niet dat aan de BV een boete kon worden opgelegd. Volgens de rechtbank was er geen samenloop van strafbare feiten, omdat de boete aan de BV was opgelegd voor het gebruik van valse stukken. Dat is een ander delict dan het delict waarvoor de DGA was vervolgd. De boete werd wegens het overschrijden van de redelijke termijn met 10 % verminderd.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u