Vraag- en antwoordbesluit earn-outregeling en deelnemingsvrijstelling
De staatssecretaris van Financiƫn geeft in een vraag- en antwoordbesluit een toelichting op earn-outregelingen. De eerste vraag heeft betrekking op een BV, die een buitenlandse deelneming heeft gekocht tegen een earn-outregeling. De BV heeft een verplichting op haar balans opgenomen voor de geschatte hoogte van de earn-outbetalingen. De uiteindelijke betaling is hoger als gevolg van:a. een verschil tussen de bij aanschaf geschatte waarde van de earn-outtermijnen en de uiteindelijke waarde daarvan;b. valutawijzigingen;c. oprenting van de contante waarde van de verplichting.Als de deelneming op of na 1 januari 2002 is verworven valt de waardeverandering van de earn-outverplichting onder de deelnemingsvrijstelling. Als de deelneming voor die datum is verkregen leidt de hogere uiteindelijke waarde van de verplichting tot een aftrekbaar vermogensverlies. De sub b. en c. genoemde kosten zijn echter ook dan niet aftrekbaar.Dezelfde vraag is gesteld voor de situatie waarin het verkregen belang geen deelneming vormt, bijvoorbeeld omdat het lichaam waarin het belang wordt verkregen niet onder een winstbelasting valt in het land van vestiging. In die situatie zijn de onder a. en b. genoemde kosten aftrekbaar. De onder c. genoemde kosten zijn aftrekbaar voor zover er voordelen tegenover staan.
De staatssecretaris van Financiƫn geeft in een vraag- en antwoordbesluit een toelichting op earn-outregelingen. De eerste vraag heeft betrekking op een BV, die een buitenlandse deelneming heeft gekocht tegen een earn-outregeling. De BV heeft een verplichting op haar balans opgenomen voor de geschatte hoogte van de earn-outbetalingen. De uiteindelijke betaling is hoger als gevolg van:a. een verschil tussen de bij aanschaf geschatte waarde van de earn-outtermijnen en de uiteindelijke waarde daarvan;b. valutawijzigingen;c. oprenting van de contante waarde van de verplichting.Als de deelneming op of na 1 januari 2002 is verworven valt de waardeverandering van de earn-outverplichting onder de deelnemingsvrijstelling. Als de deelneming voor die datum is verkregen leidt de hogere uiteindelijke waarde van de verplichting tot een aftrekbaar vermogensverlies. De sub b. en c. genoemde kosten zijn echter ook dan niet aftrekbaar.Dezelfde vraag is gesteld voor de situatie waarin het verkregen belang geen deelneming vormt, bijvoorbeeld omdat het lichaam waarin het belang wordt verkregen niet onder een winstbelasting valt in het land van vestiging. In die situatie zijn de onder a. en b. genoemde kosten aftrekbaar. De onder c. genoemde kosten zijn aftrekbaar voor zover er voordelen tegenover staan.