Vraag- en antwoordbesluit box 3 en wettelijk erfrecht

In de Wet IB 2001 is geregeld dat de geldvordering die kinderen hebben op de achtergelaten echtgenoot van hun overleden ouder geen bezitting is bij het bepalen van het inkomen uit sparen en beleggen (box 3). De schuld van de achtergelaten echtgenoot die tegenover die vordering staat telt evenmin mee in box 3. In een vraag- en antwoordbesluit geeft de staatssecretaris van Financiƫn een toelichting op de toepassing van deze bepaling en het per 1 januari 2003 gewijzigde wettelijke erfrecht.De bepaling uit de Wet IB 2001 is ook van toepassing op geldvorderingen op de echtgenoot van een overleden stiefouder. Met ingang van 1 januari 2005 is deze bepaling van toepassing op een natuurlijke persoon die bij plaatsvervulling tot de nalatenschap van de overleden ouder is geroepen. De staatssecretaris keurt goed, dat deze bepaling op verzoek van de betrokkenen wordt toegepast over de jaren 2001 tot en met 2004.Met ingang van 1 januari 2005 geldt de bepaling van de Wet IB 2001 ook voor situaties waarin een reeds bestaande geldvordering door een bloed- of aanverwant in de rechte neergaande lijn van de overleden ouder of zijn als erfgenaam achtergelaten echtgenoot krachtens erfrecht of huwelijksvermogensrecht is verkregen. De staatssecretaris keurt goed, dat deze bepaling op verzoek van de betrokkenen wordt toegepast over de jaren 2001 tot en met 2004.Ook als de vordering op de achtergebleven ouder renteloos is blijven de vordering en de daarmee corresponderende schuld buiten beschouwing in box 3. Het wettelijke erfrecht biedt de mogelijkheid om afwijkende afspraken te maken over de rente die verschuldigd is over de geldvordering. Zo kan in het testament worden bepaald dan wel door de langstlevende echtgenoot en de kinderen worden overeengekomen dat geen rente verschuldigd is over de geldvordering. Bij een ouderlijke boedelverdeling kan een genotsrecht op de geldvordering worden gevestigd ten behoeve van de langstlevende echtgenoot. Ook dan kunnen vordering en schuld buiten beschouwing blijven voor box 3.Toekenning van een legaat aan een van de kinderen verhindert toepassing van de bepaling uit de Wet IB 2001 niet. Volgens het wettelijke erfrecht is een legaat een vorderingsrecht dat de legataris heeft op de nalatenschap.
In de Wet IB 2001 is geregeld dat de geldvordering die kinderen hebben op de achtergelaten echtgenoot van hun overleden ouder geen bezitting is bij het bepalen van het inkomen uit sparen en beleggen (box 3). De schuld van de achtergelaten echtgenoot die tegenover die vordering staat telt evenmin mee in box 3. In een vraag- en antwoordbesluit geeft de staatssecretaris van Financiƫn een toelichting op de toepassing van deze bepaling en het per 1 januari 2003 gewijzigde wettelijke erfrecht.De bepaling uit de Wet IB 2001 is ook van toepassing op geldvorderingen op de echtgenoot van een overleden stiefouder. Met ingang van 1 januari 2005 is deze bepaling van toepassing op een natuurlijke persoon die bij plaatsvervulling tot de nalatenschap van de overleden ouder is geroepen. De staatssecretaris keurt goed, dat deze bepaling op verzoek van de betrokkenen wordt toegepast over de jaren 2001 tot en met 2004.Met ingang van 1 januari 2005 geldt de bepaling van de Wet IB 2001 ook voor situaties waarin een reeds bestaande geldvordering door een bloed- of aanverwant in de rechte neergaande lijn van de overleden ouder of zijn als erfgenaam achtergelaten echtgenoot krachtens erfrecht of huwelijksvermogensrecht is verkregen. De staatssecretaris keurt goed, dat deze bepaling op verzoek van de betrokkenen wordt toegepast over de jaren 2001 tot en met 2004.Ook als de vordering op de achtergebleven ouder renteloos is blijven de vordering en de daarmee corresponderende schuld buiten beschouwing in box 3. Het wettelijke erfrecht biedt de mogelijkheid om afwijkende afspraken te maken over de rente die verschuldigd is over de geldvordering. Zo kan in het testament worden bepaald dan wel door de langstlevende echtgenoot en de kinderen worden overeengekomen dat geen rente verschuldigd is over de geldvordering. Bij een ouderlijke boedelverdeling kan een genotsrecht op de geldvordering worden gevestigd ten behoeve van de langstlevende echtgenoot. Ook dan kunnen vordering en schuld buiten beschouwing blijven voor box 3.Toekenning van een legaat aan een van de kinderen verhindert toepassing van de bepaling uit de Wet IB 2001 niet. Volgens het wettelijke erfrecht is een legaat een vorderingsrecht dat de legataris heeft op de nalatenschap.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u