Vordering op koper grond was ondernemingsvermogen
Een landbouwer die zijn grond verkocht aan de gemeente behield het recht om de grond nog gedurende een aantal jaren te gebruiken. Een dergelijke opzet was gebruikelijk om de landbouwvrijstelling optimaal te kunnen benutten voordat de wet op dat punt in het jaar 2000 werd gewijzigd. Een deel van de koopsom zou pas na de gebruiksperiode worden betaald. De landbouwer rekende deze vordering tot zijn privévermogen omdat de verkoop van de grond niet in overeenstemming was met het doel van de onderneming en omdat het beloop en de grootte van de vordering niet onzeker waren, terwijl de afwikkeling niet afhankelijk was van onzekerheden uit de ondernemingssfeer. Hof Arnhem volgde deze opvatting niet. De vordering vloeide voort uit de verkoop van een bedrijfsmiddel en niet uit de verkoop van de onderneming. De vordering vormde verplicht ondernemingsvermogen.
Een landbouwer die zijn grond verkocht aan de gemeente behield het recht om de grond nog gedurende een aantal jaren te gebruiken. Een dergelijke opzet was gebruikelijk om de landbouwvrijstelling optimaal te kunnen benutten voordat de wet op dat punt in het jaar 2000 werd gewijzigd. Een deel van de koopsom zou pas na de gebruiksperiode worden betaald. De landbouwer rekende deze vordering tot zijn privévermogen omdat de verkoop van de grond niet in overeenstemming was met het doel van de onderneming en omdat het beloop en de grootte van de vordering niet onzeker waren, terwijl de afwikkeling niet afhankelijk was van onzekerheden uit de ondernemingssfeer. Hof Arnhem volgde deze opvatting niet. De vordering vloeide voort uit de verkoop van een bedrijfsmiddel en niet uit de verkoop van de onderneming. De vordering vormde verplicht ondernemingsvermogen.