Voorziening niet opgenomen vakantiedagen DGA niet toegestaan
Een BV wilde voor haar DGA en voor haar overige werknemers een voorziening vormen voor niet opgenomen vakantiedagen. De inspecteur accepteerde na bezwaar de voorziening voor de overige werknemers maar weigerde de voorziening voor vakantiedagen van de DGA te accepteren. Hof Den Haag was het niet eens met de principiële benadering van de inspecteur die de DGA fiscaal gelijk stelde met een ondernemer. Fiscaal was er geen relevant onderscheid tussen 'gewone' werknemers en een DGA, aldus het Hof.De BV moest bewijzen dat zij een verplichting jegens haar DGA had dan wel dat zij een voorziening kon vormen en zo ja, tot welke omvang, om de gestelde niet opgenomen vakantiedagen alsnog te laten opnemen of bij het einde van de dienstbetrekking uit te betalen. Naar het oordeel van het Hof slaagde de BV daar niet in. De overgelegde agenda’s van de DGA en wat de BV verder in samenhang daarmee aanvoerde vond het Hof onvoldoende. De BV maakte vooral niet aannemelijk dat er niet opgenomen vakantiedagen waren. Er was dus geen verplichting en evenmin een redelijke mate van zekerheid dat de BV uitgaven wegens niet opgenomen vakantiedagen zou moeten doen.
Een BV wilde voor haar DGA en voor haar overige werknemers een voorziening vormen voor niet opgenomen vakantiedagen. De inspecteur accepteerde na bezwaar de voorziening voor de overige werknemers maar weigerde de voorziening voor vakantiedagen van de DGA te accepteren. Hof Den Haag was het niet eens met de principiële benadering van de inspecteur die de DGA fiscaal gelijk stelde met een ondernemer. Fiscaal was er geen relevant onderscheid tussen 'gewone' werknemers en een DGA, aldus het Hof.De BV moest bewijzen dat zij een verplichting jegens haar DGA had dan wel dat zij een voorziening kon vormen en zo ja, tot welke omvang, om de gestelde niet opgenomen vakantiedagen alsnog te laten opnemen of bij het einde van de dienstbetrekking uit te betalen. Naar het oordeel van het Hof slaagde de BV daar niet in. De overgelegde agenda’s van de DGA en wat de BV verder in samenhang daarmee aanvoerde vond het Hof onvoldoende. De BV maakte vooral niet aannemelijk dat er niet opgenomen vakantiedagen waren. Er was dus geen verplichting en evenmin een redelijke mate van zekerheid dat de BV uitgaven wegens niet opgenomen vakantiedagen zou moeten doen.