Voorziening invaliditeitspensioen
Werkgevers kunnen aan werknemers pensioenrechten toekennen. Pensioenrechten kunnen betrekking hebben op de oudedagsvoorziening van de werknemer, maar ook op de inkomensvoorziening voor nabestaanden van de werknemer of op een inkomensvoorziening bij arbeidsongeschiktheid.
Een BV had pensioenrechten toegekend aan haar directeur. Naast een ouderdomspensioen had de BV een invaliditeitspensioen toegezegd. Nadat de directeur arbeidsongeschikt was geraakt betaalde de BV hem een aanvulling op zijn WAO-uitkering.
De BV vormde op haar balans een voorziening voor het ingegane invaliditeitspensioen, voor de toekomstige premie voor het ouderdomspensioen en voor de bijkomende kosten. De inspecteur accepteerde een beduidend lagere voorziening dan door de BV was berekend omdat hij geen rekening met de toekomstige premies wilde houden.
Hof Arnhem was van oordeel dat de toekomstig premies wel in een voorziening mochten worden opgenomen. Het ging om de actuarieel berekende waarde van de pensioenrechten die betrekking hadden op de diensttijd gedurende welke de directeur vanwege zijn arbeidsongeschiktheid geen arbeid zou verrichten. Niet in geschil was dat de dienstbetrekking tot de ingangsdatum van het ouderdomspensioen in stand zou blijven. De verdere opbouw van het pensioen kon dus uitsluitend worden toegerekend aan het verleden. Het vormen van een voorziening is in een dergelijk geval in overeenstemming met goed koopmansgebruik.
Werkgevers kunnen aan werknemers pensioenrechten toekennen. Pensioenrechten kunnen betrekking hebben op de oudedagsvoorziening van de werknemer, maar ook op de inkomensvoorziening voor nabestaanden van de werknemer of op een inkomensvoorziening bij arbeidsongeschiktheid.
Een BV had pensioenrechten toegekend aan haar directeur. Naast een ouderdomspensioen had de BV een invaliditeitspensioen toegezegd. Nadat de directeur arbeidsongeschikt was geraakt betaalde de BV hem een aanvulling op zijn WAO-uitkering.
De BV vormde op haar balans een voorziening voor het ingegane invaliditeitspensioen, voor de toekomstige premie voor het ouderdomspensioen en voor de bijkomende kosten. De inspecteur accepteerde een beduidend lagere voorziening dan door de BV was berekend omdat hij geen rekening met de toekomstige premies wilde houden.
Hof Arnhem was van oordeel dat de toekomstig premies wel in een voorziening mochten worden opgenomen. Het ging om de actuarieel berekende waarde van de pensioenrechten die betrekking hadden op de diensttijd gedurende welke de directeur vanwege zijn arbeidsongeschiktheid geen arbeid zou verrichten. Niet in geschil was dat de dienstbetrekking tot de ingangsdatum van het ouderdomspensioen in stand zou blijven. De verdere opbouw van het pensioen kon dus uitsluitend worden toegerekend aan het verleden. Het vormen van een voorziening is in een dergelijk geval in overeenstemming met goed koopmansgebruik.