Voorziening bodemsanering bleef geaccepteerd
Wanneer aan bepaalde voorwaarden is voldaan kan een ondernemer ten laste van zijn winst voor toekomstige uitgaven een passiefpost vormen op zijn balans. Die toekomstige uitgaven moeten hun oorsprong vinden in feiten of omstandigheden, die zich voor de balansdatum hebben voorgedaan en aan die periode kunnen worden toegerekend. Verder moet er een redelijke mate van zekerheid bestaan dat de uitgaven zullen worden gedaan.
De belastingdienst had een ondernemer in de jaren 1997 tot en met 2001 toegestaan om een voorziening voor bodemsanering te vormen. De ondernemer was nog niet begonnen met de bodemsanering wegens het ontbreken van de financiële middelen voor nieuwbouw of voor verbouwing van het bedrijfspand. Het voornemen om het bedrijfspand aan te passen bestond in 2002 nog steeds, terwijl de financiële omstandigheden niet waren verbeterd. De belastingdienst zag in het ontbreken van concrete bouwplannen en het verstrijken van de tijd aanleiding om te veronderstellen dat de saneringskosten niet meer zouden worden gemaakt. De rechtbank was met de belastingdienst van oordeel dat door het tijdsverloop op enig moment niet langer een redelijke mate van zekerheid bestaat dat de kosten zich zullen voordoen. Dit moment was in 2002 nog niet aangebroken omdat in dat jaar geen veranderingen waren opgetreden ten opzichte van voorgaande jaren, terwijl de verstreken tijd niet zo lang was dat alleen daarom al de voorziening moest vrijvallen.
Wanneer aan bepaalde voorwaarden is voldaan kan een ondernemer ten laste van zijn winst voor toekomstige uitgaven een passiefpost vormen op zijn balans. Die toekomstige uitgaven moeten hun oorsprong vinden in feiten of omstandigheden, die zich voor de balansdatum hebben voorgedaan en aan die periode kunnen worden toegerekend. Verder moet er een redelijke mate van zekerheid bestaan dat de uitgaven zullen worden gedaan.
De belastingdienst had een ondernemer in de jaren 1997 tot en met 2001 toegestaan om een voorziening voor bodemsanering te vormen. De ondernemer was nog niet begonnen met de bodemsanering wegens het ontbreken van de financiële middelen voor nieuwbouw of voor verbouwing van het bedrijfspand. Het voornemen om het bedrijfspand aan te passen bestond in 2002 nog steeds, terwijl de financiële omstandigheden niet waren verbeterd. De belastingdienst zag in het ontbreken van concrete bouwplannen en het verstrijken van de tijd aanleiding om te veronderstellen dat de saneringskosten niet meer zouden worden gemaakt. De rechtbank was met de belastingdienst van oordeel dat door het tijdsverloop op enig moment niet langer een redelijke mate van zekerheid bestaat dat de kosten zich zullen voordoen. Dit moment was in 2002 nog niet aangebroken omdat in dat jaar geen veranderingen waren opgetreden ten opzichte van voorgaande jaren, terwijl de verstreken tijd niet zo lang was dat alleen daarom al de voorziening moest vrijvallen.