Voortgezet ondernemerschap bleef na wijziging huurder

Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad vindt bij verhuur van een onderneming overdracht noch liquidatie plaats. Er is dan geen staking van de bedrijfsuitoefening maar een verandering in de vorm van de bedrijfsuitoefening. Op grond van die jurisprudentie merkte de belastingdienst de verhuur van een horecaonderneming in 1991 aan als voortgezet ondernemerschap. De huurder beƫindigde in 2000 de huur, waarna de onderneming op vergelijkbare voorwaarden met ingang van 1 januari 2001 werd verhuurd aan een ander. De belastingdienst was van mening dat er niet langer sprake was van verhuur van de onderneming omdat de oorspronkelijke goodwill niet meer aanwezig was en de inventaris economisch geheel was afgeschreven. Wat resteerde was de verhuur van het pand. De rechtbank Arnhem vond aannemelijk dat er bij de verhuur in 1991 geen sprake was van goodwill, omdat de handelsnaam niet werd overgenomen en de gewijzigde activiteiten tot een andere klantenkring leidden. Volgens de rechtbank leidde het ontbreken van goodwill niet zonder meer tot de conclusie dat er geen verhuur van een onderneming zou kunnen zijn. De inventaris die aan de eerste huurder werd verhuurd, zoals de friture, de toonbank, de bakwand en vitrines waren nog altijd aanwezig toen de volgende huurder het pand betrok. Deze inventaris werd aan hem en aan de latere huurders verhuurd. Dat betekende dat er geen staking van de onderneming per ultimo 2000 had plaatsgevonden. De rechtbank verminderde de opgelegde aanslag inkomstenbelasting van de verhuurder.
Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad vindt bij verhuur van een onderneming overdracht noch liquidatie plaats. Er is dan geen staking van de bedrijfsuitoefening maar een verandering in de vorm van de bedrijfsuitoefening. Op grond van die jurisprudentie merkte de belastingdienst de verhuur van een horecaonderneming in 1991 aan als voortgezet ondernemerschap. De huurder beƫindigde in 2000 de huur, waarna de onderneming op vergelijkbare voorwaarden met ingang van 1 januari 2001 werd verhuurd aan een ander. De belastingdienst was van mening dat er niet langer sprake was van verhuur van de onderneming omdat de oorspronkelijke goodwill niet meer aanwezig was en de inventaris economisch geheel was afgeschreven. Wat resteerde was de verhuur van het pand. De rechtbank Arnhem vond aannemelijk dat er bij de verhuur in 1991 geen sprake was van goodwill, omdat de handelsnaam niet werd overgenomen en de gewijzigde activiteiten tot een andere klantenkring leidden. Volgens de rechtbank leidde het ontbreken van goodwill niet zonder meer tot de conclusie dat er geen verhuur van een onderneming zou kunnen zijn. De inventaris die aan de eerste huurder werd verhuurd, zoals de friture, de toonbank, de bakwand en vitrines waren nog altijd aanwezig toen de volgende huurder het pand betrok. Deze inventaris werd aan hem en aan de latere huurders verhuurd. Dat betekende dat er geen staking van de onderneming per ultimo 2000 had plaatsgevonden. De rechtbank verminderde de opgelegde aanslag inkomstenbelasting van de verhuurder.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u