Voortgang wetsvoorstel bestrijding BTW-constructies vrijgestelde ondernemers
Bij de Tweede Kamer is een wetsvoorstel in behandeling dat als doel heeft de bestrijding van ongewenst gebruik van BTW-constructies door niet-belastingplichtige publiekrechtelijke lichamen en vrijgestelde ondernemers. Niet-belastingplichtige lichamen en vrijgestelde ondernemers hebben geen recht op aftrek van de BTW die anderen aan hen in rekening brengen. Met name bij grote investeringen wordt getracht om die BTW-druk zoveel mogelijk te voorkomen met behulp van allerlei constructies als bijzondere manieren van verkrijgen of via lease- of herzieningsconstructies. Kenmerkende elementen van dergelijke constructies zijn het hanteren van kunstmatig lage prijzen, het gebruik maken van het ontbreken van een herzieningsregeling voor (kostbare) diensten en samengestelde rechtshandelingen. De voorgestelde maatregelen zijn: - de toepassing van een objectieve maatstaf van heffing bij de levering of de terbeschikkingstelling van investeringsbedrijfsmiddelen aan gelieerde afnemers. Hierdoor vindt de BTW-heffing plaats over de “marktprijs” in plaats van over een kunstmatig lage vergoeding;- de toepassing van de herzieningsregeling op diensten die voor de heffing van inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting moeten worden geactiveerd en waarop kan worden afgeschreven; - de aanpassing van de herzieningsregeling voor de situatie waarin vrijgestelde ondernemers een in gebruik genomen bedrijfsmiddel vervreemden om het via een (eigen) leasemaatschappij weer ter beschikking te krijgen. De staatssecretaris heeft de nota naar aanleiding van het verslag naar de Tweede Kamer gestuurd. In de nota wordt benadrukt dat het begrip “goed” uit de wet en de Zesde Richtlijn meer omvat dan lichamelijke zaken en bijvoorbeeld ook bepaalde diensten kan omvatten. Daarmee is invoering van een herzieningsregeling op investeringen in kostbare diensten niet in strijd met de huidige Richtlijnbepalingen.Tegelijkertijd is een nota van wijziging op het wetsvoorstel ingediend. De nota van wijziging bevat een aanvulling van de teruggaafregelingen voor niet betaalde facturen waarvan de omzetbelasting door de leverancier is afgedragen resp. de correctiebepalingen voor ten onrechte in aftrek gebrachte BTW. Door de aanvulling wordt het mogelijk om de regelingen niet van toepassing te laten zijn op transacties tussen gelieerde partijen.
Bij de Tweede Kamer is een wetsvoorstel in behandeling dat als doel heeft de bestrijding van ongewenst gebruik van BTW-constructies door niet-belastingplichtige publiekrechtelijke lichamen en vrijgestelde ondernemers. Niet-belastingplichtige lichamen en vrijgestelde ondernemers hebben geen recht op aftrek van de BTW die anderen aan hen in rekening brengen. Met name bij grote investeringen wordt getracht om die BTW-druk zoveel mogelijk te voorkomen met behulp van allerlei constructies als bijzondere manieren van verkrijgen of via lease- of herzieningsconstructies. Kenmerkende elementen van dergelijke constructies zijn het hanteren van kunstmatig lage prijzen, het gebruik maken van het ontbreken van een herzieningsregeling voor (kostbare) diensten en samengestelde rechtshandelingen. De voorgestelde maatregelen zijn: - de toepassing van een objectieve maatstaf van heffing bij de levering of de terbeschikkingstelling van investeringsbedrijfsmiddelen aan gelieerde afnemers. Hierdoor vindt de BTW-heffing plaats over de “marktprijs” in plaats van over een kunstmatig lage vergoeding;- de toepassing van de herzieningsregeling op diensten die voor de heffing van inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting moeten worden geactiveerd en waarop kan worden afgeschreven; - de aanpassing van de herzieningsregeling voor de situatie waarin vrijgestelde ondernemers een in gebruik genomen bedrijfsmiddel vervreemden om het via een (eigen) leasemaatschappij weer ter beschikking te krijgen. De staatssecretaris heeft de nota naar aanleiding van het verslag naar de Tweede Kamer gestuurd. In de nota wordt benadrukt dat het begrip “goed” uit de wet en de Zesde Richtlijn meer omvat dan lichamelijke zaken en bijvoorbeeld ook bepaalde diensten kan omvatten. Daarmee is invoering van een herzieningsregeling op investeringen in kostbare diensten niet in strijd met de huidige Richtlijnbepalingen.Tegelijkertijd is een nota van wijziging op het wetsvoorstel ingediend. De nota van wijziging bevat een aanvulling van de teruggaafregelingen voor niet betaalde facturen waarvan de omzetbelasting door de leverancier is afgedragen resp. de correctiebepalingen voor ten onrechte in aftrek gebrachte BTW. Door de aanvulling wordt het mogelijk om de regelingen niet van toepassing te laten zijn op transacties tussen gelieerde partijen.