Voorperiode BV is geen diensttijd voor pensioenregeling DGA
Een ondernemer bracht per 1 januari 2001 zijn onderneming in een BV in. De BV werd opgericht op 29 maart 2002. De ondernemer trad op 1 april 2002 in dienst van de BV. De BV trof voor hem een pensioenregeling waarin een pensioen werd toegezegd op basis van een diensttijd vanaf 1 januari 2001. De DGA had over deze voorperiode een arbeidsbeloning ontvangen. De inspecteur weigerde echter de toekenning van pensioenrechten over de periode tot 1 april 2002. Naar het oordeel van de rechtbank Haarlem was dat terecht omdat er geen dienstbetrekking kan bestaan zolang de BV niet is opgericht. De zogenaamde voorperiode kan daarom niet als diensttijd gelden die bij de bepaling van de omvang van de pensioenaanspraak in aanmerking mag worden genomen. Volgens de rechtbank wordt dat niet anders door de omstandigheid dat de in de voorperiode gedreven onderneming achteraf voor rekening en risico van de BV komt en deze vervolgens aan de DGA een vergoeding toekent voor de door hem verrichte werkzaamheden gedurende deze periode. Volgens de rechtbank heeft een arrest van de Hoge Raad uit 1980 zijn belang verloren door de Wet Fiscale Behandeling van Pensioenen uit 1999.
Een ondernemer bracht per 1 januari 2001 zijn onderneming in een BV in. De BV werd opgericht op 29 maart 2002. De ondernemer trad op 1 april 2002 in dienst van de BV. De BV trof voor hem een pensioenregeling waarin een pensioen werd toegezegd op basis van een diensttijd vanaf 1 januari 2001. De DGA had over deze voorperiode een arbeidsbeloning ontvangen. De inspecteur weigerde echter de toekenning van pensioenrechten over de periode tot 1 april 2002. Naar het oordeel van de rechtbank Haarlem was dat terecht omdat er geen dienstbetrekking kan bestaan zolang de BV niet is opgericht. De zogenaamde voorperiode kan daarom niet als diensttijd gelden die bij de bepaling van de omvang van de pensioenaanspraak in aanmerking mag worden genomen. Volgens de rechtbank wordt dat niet anders door de omstandigheid dat de in de voorperiode gedreven onderneming achteraf voor rekening en risico van de BV komt en deze vervolgens aan de DGA een vergoeding toekent voor de door hem verrichte werkzaamheden gedurende deze periode. Volgens de rechtbank heeft een arrest van de Hoge Raad uit 1980 zijn belang verloren door de Wet Fiscale Behandeling van Pensioenen uit 1999.