Voormalig DGA was terecht aansprakelijk gesteld voor onbetaalde premies

Een voormalige DGA van een aantal besloten vennootschappen werd door het UWV aansprakelijk gesteld voor door deze BV’s niet betaalde premienota’s. De BV’s gingen korte tijd nadat de aandelen daarvan waren verkocht failliet. Naar het oordeel van de Centrale Raad van Beroep was de DGA terecht aansprakelijke gesteld. Ingeval van een faillissement geldt er namelijk een wettelijke vermoeden van kennelijk onbehoorlijk bestuur. Tegenbewijs is mogelijk, maar de voormalige DGA wist het vermoeden niet te weerleggen. Om zijn aansprakelijkheid af te weren bracht de DGA een verklaring van zijn accountant in. Daaruit bleek dat de administratie van de BV’s correct was. De Centrale Raad van Beroep vond die verklaring niet voldoende. Al in 1997 was er sprake van betalingsmoeilijkheden en in 1998 waren er premieschulden, waarvoor dwangbevelen werden afgegeven en waarvan de invordering werd overgedragen aan de belastingdienst. Uit de verklaring van de accountant bleek dat er ten tijde van het opmaken van de jaarcijfers over 1998 sprake was van een grote premieschuld. De DGA was daarvan op de hoogte en maakte niet aannemelijk dat hij had getracht deze te voldoen, hoewel hij daartoe in de gelegenheid was gezien het bedrag aan debiteuren. De Centrale Raad van Beroep vond niet aannemelijk dat het kennelijk onbehoorlijke bestuur aan de kopers van de BV’s te wijten zou zijn, gelet ook op de kort na de verkoop uitgesproken faillissementen.
Een voormalige DGA van een aantal besloten vennootschappen werd door het UWV aansprakelijk gesteld voor door deze BV’s niet betaalde premienota’s. De BV’s gingen korte tijd nadat de aandelen daarvan waren verkocht failliet. Naar het oordeel van de Centrale Raad van Beroep was de DGA terecht aansprakelijke gesteld. Ingeval van een faillissement geldt er namelijk een wettelijke vermoeden van kennelijk onbehoorlijk bestuur. Tegenbewijs is mogelijk, maar de voormalige DGA wist het vermoeden niet te weerleggen. Om zijn aansprakelijkheid af te weren bracht de DGA een verklaring van zijn accountant in. Daaruit bleek dat de administratie van de BV’s correct was. De Centrale Raad van Beroep vond die verklaring niet voldoende. Al in 1997 was er sprake van betalingsmoeilijkheden en in 1998 waren er premieschulden, waarvoor dwangbevelen werden afgegeven en waarvan de invordering werd overgedragen aan de belastingdienst. Uit de verklaring van de accountant bleek dat er ten tijde van het opmaken van de jaarcijfers over 1998 sprake was van een grote premieschuld. De DGA was daarvan op de hoogte en maakte niet aannemelijk dat hij had getracht deze te voldoen, hoewel hij daartoe in de gelegenheid was gezien het bedrag aan debiteuren. De Centrale Raad van Beroep vond niet aannemelijk dat het kennelijk onbehoorlijke bestuur aan de kopers van de BV’s te wijten zou zijn, gelet ook op de kort na de verkoop uitgesproken faillissementen.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u