Voorlopige teruggaaf kan leiden tot verplichte aanslag
Een belastingplichtige, die in verband met het recht op kinderkorting in 2001 een voorlopige teruggaaf ontving, werd na het indienen van de aangifte inkomstenbelasting geconfronteerd met een voorlopige aanslag. De verschuldigde inkomstenbelasting bedroeg € 8.978; de ingehouden loonheffing € 8.786. Het verschil was € 192 zonder rekening te houden met de voorlopige teruggaaf. Door de voorlopige teruggaaf van € 38 liep het verschil op tot € 230. Als het verschil minder was dan € 196 werd in 2001 geen aanslag opgelegd. De voorlopige teruggaaf leidde in dit geval tot een aanslag. Het ontbreken van een opmerking, dat dit een mogelijk gevolg was van het indienen van een verzoek om voorlopige teruggaaf leidt er niet toe, dat de belastingplichtige erop mocht vertrouwen dat geen aanslag zou volgen, aldus Hof Amsterdam.
Een belastingplichtige, die in verband met het recht op kinderkorting in 2001 een voorlopige teruggaaf ontving, werd na het indienen van de aangifte inkomstenbelasting geconfronteerd met een voorlopige aanslag. De verschuldigde inkomstenbelasting bedroeg € 8.978; de ingehouden loonheffing € 8.786. Het verschil was € 192 zonder rekening te houden met de voorlopige teruggaaf. Door de voorlopige teruggaaf van € 38 liep het verschil op tot € 230. Als het verschil minder was dan € 196 werd in 2001 geen aanslag opgelegd. De voorlopige teruggaaf leidde in dit geval tot een aanslag. Het ontbreken van een opmerking, dat dit een mogelijk gevolg was van het indienen van een verzoek om voorlopige teruggaaf leidt er niet toe, dat de belastingplichtige erop mocht vertrouwen dat geen aanslag zou volgen, aldus Hof Amsterdam.