Voor submodellen kan andere catalogusprijs gelden ter bepaling BPM

Een importeur van personenauto’s verkocht speciale versies van bepaalde modellen. Het ging om auto’s die door dealers als demo werden gebruikt en om auto’s die aan rijscholen werden verkocht. De demo’s waren voorzien van allerlei extra’s. De prijzen voor de demo's waren zo vastgesteld dat een dealer de auto na drie maanden kon verkopen zonder afschrijving ten opzichte van zijn inkoopprijs. Voor de lesauto’s had de importeur de verkoopprijzen vastgesteld uitgaande van lagere marges voor importeur en dealer. De BPM voor de demo’s werd berekend over de inkoopprijzen van de dealers. Voor de lesauto’s werd de BPM berekend over de geadviseerde verkoopprijzen. De BPM wordt volgens de wet berekend over de netto catalogusprijs. De belastingdienst was van mening dat de catalogusprijs voor de demo's en de lesauto’s een hogere prijs was dan waarover de importeur de BPM had berekend. Die hogere catalogusprijs moest worden bepaald door vergelijking met andere modellen. Hof Den Haag was van oordeel, dat de door de importeur gehanteerde respectievelijk geadviseerde verkoopprijzen van de demo's en de lesauto's geen catalogusprijzen waren in de zin van de Wet BPM. De Hoge Raad was het niet eens met het Hof. Bij de bepaling van de catalogusprijs voor de demo’s had rekening gehouden moeten worden met de gebruikelijke pakketkorting, die wordt verleend wanneer meerdere extra’s worden besteld. De lesauto’s konden worden aangemerkt als een speciale versie van een model, waarvoor een afzonderlijke catalogusprijs was vastgesteld. De Hoge Raad verminderde de opgelegde naheffingsaanslagen.
Een importeur van personenauto’s verkocht speciale versies van bepaalde modellen. Het ging om auto’s die door dealers als demo werden gebruikt en om auto’s die aan rijscholen werden verkocht. De demo’s waren voorzien van allerlei extra’s. De prijzen voor de demo's waren zo vastgesteld dat een dealer de auto na drie maanden kon verkopen zonder afschrijving ten opzichte van zijn inkoopprijs. Voor de lesauto’s had de importeur de verkoopprijzen vastgesteld uitgaande van lagere marges voor importeur en dealer. De BPM voor de demo’s werd berekend over de inkoopprijzen van de dealers. Voor de lesauto’s werd de BPM berekend over de geadviseerde verkoopprijzen. De BPM wordt volgens de wet berekend over de netto catalogusprijs. De belastingdienst was van mening dat de catalogusprijs voor de demo's en de lesauto’s een hogere prijs was dan waarover de importeur de BPM had berekend. Die hogere catalogusprijs moest worden bepaald door vergelijking met andere modellen. Hof Den Haag was van oordeel, dat de door de importeur gehanteerde respectievelijk geadviseerde verkoopprijzen van de demo's en de lesauto's geen catalogusprijzen waren in de zin van de Wet BPM. De Hoge Raad was het niet eens met het Hof. Bij de bepaling van de catalogusprijs voor de demo’s had rekening gehouden moeten worden met de gebruikelijke pakketkorting, die wordt verleend wanneer meerdere extra’s worden besteld. De lesauto’s konden worden aangemerkt als een speciale versie van een model, waarvoor een afzonderlijke catalogusprijs was vastgesteld. De Hoge Raad verminderde de opgelegde naheffingsaanslagen.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u