Voor recht van successie ook na 2001 rekening houden met waardedruk wegens bewoning

Tot 1 januari 2002 bevatte de successiewet een waarderingsvoorschrift voor de woning, die mede door de partner van de overledene werd bewoond. Dat voorschrift stelde de waarde in bewoonde staat op 60% van de waarde in onbewoonde staat. Vanaf 2002 moet een dergelijke woning op de waarde in het economische verkeer worden gesteld. In een procedure over een aanslag successierecht, die was opgelegd aan de erfgenamen van iemand die in 2002 was overleden, stelde de belastingdienst zich op het standpunt, dat ondanks de bewoning door de langstlevende partner, de waarde vrij opleverbaar als uitgangspunt moest dienen. De belastingdienst verwees naar de WOZ-waarde van de woning. De maximale waardedruk zou volgens de belastingdienst 10% bedragen, omdat verhuurde woningen voor minimaal 90% van de waarde vrij opleverbaar worden verkocht aan de huurders. Naar het oordeel van Hof Den Bosch moet volgens de hoofdregel van de successiewet worden uitgegaan van de waarde in het economische verkeer, rekening houdend met de feitelijke omstandigheden op de sterfdag. Algemeen bekend is dat de waarde van een woonhuis dat vrij kan worden opgeleverd hoger is dan de waarde van een woonhuis in bewoonde staat. Gelet op de verklaringen met betrekking tot de gezondheid van de weduwe, haar plannen om de bewoning voort te zetten en haar leeftijd bij het overlijden van haar man (72 jaar), vond het hof de waardedrukkende factor van bewoning van 25 % niet onredelijk. Het standpunt van de inspecteur, dat de waardedruk niet meer dan 10 % kon bedragen berustte op een beperking, die de overheid stelt bij de verkoop van woningen door woningbouwcorporaties aan zittende huurders. In die gevallen mag de prijs niet minder dan 90% van de waarde in vrij opleverbare staat bedragen. Deze beperking vormt een inbreuk op de definitie van de waarde in het economische verkeer.
Tot 1 januari 2002 bevatte de successiewet een waarderingsvoorschrift voor de woning, die mede door de partner van de overledene werd bewoond. Dat voorschrift stelde de waarde in bewoonde staat op 60% van de waarde in onbewoonde staat. Vanaf 2002 moet een dergelijke woning op de waarde in het economische verkeer worden gesteld. In een procedure over een aanslag successierecht, die was opgelegd aan de erfgenamen van iemand die in 2002 was overleden, stelde de belastingdienst zich op het standpunt, dat ondanks de bewoning door de langstlevende partner, de waarde vrij opleverbaar als uitgangspunt moest dienen. De belastingdienst verwees naar de WOZ-waarde van de woning. De maximale waardedruk zou volgens de belastingdienst 10% bedragen, omdat verhuurde woningen voor minimaal 90% van de waarde vrij opleverbaar worden verkocht aan de huurders. Naar het oordeel van Hof Den Bosch moet volgens de hoofdregel van de successiewet worden uitgegaan van de waarde in het economische verkeer, rekening houdend met de feitelijke omstandigheden op de sterfdag. Algemeen bekend is dat de waarde van een woonhuis dat vrij kan worden opgeleverd hoger is dan de waarde van een woonhuis in bewoonde staat. Gelet op de verklaringen met betrekking tot de gezondheid van de weduwe, haar plannen om de bewoning voort te zetten en haar leeftijd bij het overlijden van haar man (72 jaar), vond het hof de waardedrukkende factor van bewoning van 25 % niet onredelijk. Het standpunt van de inspecteur, dat de waardedruk niet meer dan 10 % kon bedragen berustte op een beperking, die de overheid stelt bij de verkoop van woningen door woningbouwcorporaties aan zittende huurders. In die gevallen mag de prijs niet minder dan 90% van de waarde in vrij opleverbare staat bedragen. Deze beperking vormt een inbreuk op de definitie van de waarde in het economische verkeer.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u