Voor heffing baatbelasting is uitbreiding of verbetering van voorzieningen vereist

De Hoge Raad heeft een uitspraak van Hof Leeuwarden over de heffing van baatbelasting door de gemeente Leeuwarden vernietigd. De belanghebbende stelde zich op het standpunt dat belastingheffing niet mogelijk was omdat het geheel van voorzieningen niet wezenlijk was veranderd. Dat laatste is een voorwaarde voor de heffing van baatbelasting. Het Hof verwierp deze stelling zonder voldoende onderbouwing van zijn oordeel. Het Hof had naar aanleiding van de subsidiaire stelling dat heffing slechts kan plaatsvinden voor zover er sprake is van kosten van objectief vast te stellen verbeteringen moeten onderzoeken of sprake was van een verbetering van bestaande voorzieningen. Dat had het Hof niet gedaan.Verder had het Hof uitgesproken dat de door de gemeente gehanteerde rentecomponent van 3,199 % niet te hoog was omdat de gemiddelde rente op nieuwe tienjarige staatsleningen in 1999 tussen de 4,6 en 5,28 % lag en de Bank Nederlandse Gemeenten een hogere rente berekende over geleende bedragen. De door de gemeente gehanteerde rente had echter betrekking op een kortere periode dan een jaar en was gebaseerd op een rente van 6,5 % per jaar. Het Hof had moeten beoordelen of dat rentepercentage redelijk was. De Hoge Raad heeft de zaak verwezen naar Hof Amsterdam.
De Hoge Raad heeft een uitspraak van Hof Leeuwarden over de heffing van baatbelasting door de gemeente Leeuwarden vernietigd. De belanghebbende stelde zich op het standpunt dat belastingheffing niet mogelijk was omdat het geheel van voorzieningen niet wezenlijk was veranderd. Dat laatste is een voorwaarde voor de heffing van baatbelasting. Het Hof verwierp deze stelling zonder voldoende onderbouwing van zijn oordeel. Het Hof had naar aanleiding van de subsidiaire stelling dat heffing slechts kan plaatsvinden voor zover er sprake is van kosten van objectief vast te stellen verbeteringen moeten onderzoeken of sprake was van een verbetering van bestaande voorzieningen. Dat had het Hof niet gedaan.Verder had het Hof uitgesproken dat de door de gemeente gehanteerde rentecomponent van 3,199 % niet te hoog was omdat de gemiddelde rente op nieuwe tienjarige staatsleningen in 1999 tussen de 4,6 en 5,28 % lag en de Bank Nederlandse Gemeenten een hogere rente berekende over geleende bedragen. De door de gemeente gehanteerde rente had echter betrekking op een kortere periode dan een jaar en was gebaseerd op een rente van 6,5 % per jaar. Het Hof had moeten beoordelen of dat rentepercentage redelijk was. De Hoge Raad heeft de zaak verwezen naar Hof Amsterdam.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u