Voldoende verwevenheid voor fiscale eenheid

Volgens De Hoge Raad mogen ondernemers zich in een procedure over een naheffingsaanslag omzetbelasting beroepen op het bestaan van een fiscale eenheid voor de omzetbelasting tussen de opdrachtgever en de opdrachtnemer. In dat geval worden zij als één belastingplichtige voor de omzetbelasting aangemerkt en hoeft er dus over de prestaties die zij aan elkaar verrichten geen omzetbelasting te worden berekend. Het beroep op het bestaan van een fiscale eenheid moet gegrond zijn op de stelling dat zij in het tijdvak van de naheffingsaanslag in financieel, organisatorisch en economisch opzicht nauw met elkaar verbonden waren. De mogelijkheid om zich te beroepen op een fiscale eenheid geldt ook voor ondernemers van wie een eerder gedaan verzoek om als fiscale eenheid te worden aangemerkt door de inspecteur is afgewezen. De Hoge Raad kwam tot dat oordeel in een procedure die betrekking had op een naheffingsaanslag die was opgelegd aan een stichting voor het verrichten van belaste prestaties jegens een andere stichting. Tijdens de voorafgaande procedure voor het Hof had de inspecteur al aangegeven dat aan twee van de drie aan een fiscale eenheid gestelde eisen was voldaan. Dat betekende dat de discussie na cassatie zich beperkte tot de vraag of ook aan de derde eis, het bestaan van voldoende financiële verwevenheid, was voldaan. Daarvoor is vereist dat de financiële positie en/of gedragingen van het ene lichaam rechtstreeks van invloed zijn op de financiële positie van het andere lichaam. Volgens Hof Arnhem was daaraan voldaan. Er was door het ene lichaam een lening verstrekt voor de overdracht van activiteiten aan het andere lichaam en ter aanzuivering van oude verliezen. De door het andere lichaam behaalde winst werd aangewend ter aflossing van de lening. Daarnaast had het ene lichaam grote invloed op de prijsstelling van de dienstverlening door het andere lichaam, terwijl het Hoofd Financiën bevoegd was om over de bankrekeningen van beide lichamen te beschikken. Vanwege het bestaan van een fiscale eenheid vernietigde het Hof de opgelegde naheffingsaanslag omzetbelasting.
Volgens De Hoge Raad mogen ondernemers zich in een procedure over een naheffingsaanslag omzetbelasting beroepen op het bestaan van een fiscale eenheid voor de omzetbelasting tussen de opdrachtgever en de opdrachtnemer. In dat geval worden zij als één belastingplichtige voor de omzetbelasting aangemerkt en hoeft er dus over de prestaties die zij aan elkaar verrichten geen omzetbelasting te worden berekend. Het beroep op het bestaan van een fiscale eenheid moet gegrond zijn op de stelling dat zij in het tijdvak van de naheffingsaanslag in financieel, organisatorisch en economisch opzicht nauw met elkaar verbonden waren. De mogelijkheid om zich te beroepen op een fiscale eenheid geldt ook voor ondernemers van wie een eerder gedaan verzoek om als fiscale eenheid te worden aangemerkt door de inspecteur is afgewezen. De Hoge Raad kwam tot dat oordeel in een procedure die betrekking had op een naheffingsaanslag die was opgelegd aan een stichting voor het verrichten van belaste prestaties jegens een andere stichting.
Tijdens de voorafgaande procedure voor het Hof had de inspecteur al aangegeven dat aan twee van de drie aan een fiscale eenheid gestelde eisen was voldaan. Dat betekende dat de discussie na cassatie zich beperkte tot de vraag of ook aan de derde eis, het bestaan van voldoende financiële verwevenheid, was voldaan. Daarvoor is vereist dat de financiële positie en/of gedragingen van het ene lichaam rechtstreeks van invloed zijn op de financiële positie van het andere lichaam. Volgens Hof Arnhem was daaraan voldaan. Er was door het ene lichaam een lening verstrekt voor de overdracht van activiteiten aan het andere lichaam en ter aanzuivering van oude verliezen. De door het andere lichaam behaalde winst werd aangewend ter aflossing van de lening. Daarnaast had het ene lichaam grote invloed op de prijsstelling van de dienstverlening door het andere lichaam, terwijl het Hoofd Financiën bevoegd was om over de bankrekeningen van beide lichamen te beschikken. Vanwege het bestaan van een fiscale eenheid vernietigde het Hof de opgelegde naheffingsaanslag omzetbelasting.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u