Voldaan aan onderzoeksplicht identiteitsbewijzen

De rechtbank Den Haag heeft een naheffingsaanslag loonbelasting die over het jaar 2000 was opgelegd aan een uitzendbureau vernietigd. De naheffingsaanslag had betrekking op het niet naleven van de verplichtingen met betrekking tot de vaststelling van de identiteit van werknemers. Voorafgaand aan het onderzoek van de belastingdienst wat leidde tot het opleggen van de naheffingsaanslag was er een onderzoek door de Arbeidsinspectie gedaan. In het kader van dat onderzoek had de Officier van Justitie de administratie in beslag genomen. Daarin bevonden zich kopieën van identiteitsbewijzen en loonbelastingverklaringen die na het opheffen van de beslaglegging niet werden teruggegeven. Wel ontving het uitzendbureau door de Arbeidsinspectie gemaakte kopieën van de kopieën. De belastingdienst constateerde de volgende tekortkomingen: A. Geen loonbelastingverklaringen. B. Gekopieerde handtekeningen op loonbelastingverklaringen. C. Valse identiteitsbewijzen met in het oog springende afwijkingen. Ten aanzien van de valse identiteitsbewijzen merkte de rechtbank op dat de overheid en de belastingdienst werkgevers in ieder geval tot het jaar 2000 niet actief hebben geïnformeerd over de wijze waarop zij de echtheid van identiteitsbewijzen konden vaststellen of over de gevallen waarin zij nader onderzoek naar de echtheid van identiteitsbewijzen moesten doen. De rechtbank vond dat het uitzendbureau zich destijds voldoende had ingespannen om de wettelijke verplichtingen na te komen. Zo controleerde het uitzendbureau de juistheid van de door werknemers opgegeven sofinummers bij het GAK. Het uitzendbureau verklaarde het ontbreken van loonbelastingverklaringen in een aantal gevallen door het niet kunnen verstrekken van blanco loonbelastingverklaringen door de inspecteur. Het uitzendbureau had daarom de loonbelastingverklaringen gekopieerd op de achterzijde van de met de werknemers gesloten arbeidscontracten. Deze contracten vormden onderdeel van de in beslag genomen en niet teruggegeven loonadministratie. De rechtbank vond deze verklaring plausibel nu het ging om een relatief gering aantal loonbelastingverklaringen. Ten aanzien van de gekopieerde handtekening op loonbelastingverklaringen vond de rechtbank niet bewezen dat de handtekeningen op de loonbelastingverklaringen niet door de werknemers waren gezet. Van belang vond de rechtbank het ontbreken van de originele loonbelastingverklaringen die in beslag waren genomen. De rechtbank was van oordeel dat het uitzendbureau in deze gevallen had voldaan aan de verplichting om op de voorgeschreven wijze ingevulde loonbelastingverklaringen te bewaren.
De rechtbank Den Haag heeft een naheffingsaanslag loonbelasting die over het jaar 2000 was opgelegd aan een uitzendbureau vernietigd. De naheffingsaanslag had betrekking op het niet naleven van de verplichtingen met betrekking tot de vaststelling van de identiteit van werknemers. Voorafgaand aan het onderzoek van de belastingdienst wat leidde tot het opleggen van de naheffingsaanslag was er een onderzoek door de Arbeidsinspectie gedaan. In het kader van dat onderzoek had de Officier van Justitie de administratie in beslag genomen. Daarin bevonden zich kopieën van identiteitsbewijzen en loonbelastingverklaringen die na het opheffen van de beslaglegging niet werden teruggegeven. Wel ontving het uitzendbureau door de Arbeidsinspectie gemaakte kopieën van de kopieën.
De belastingdienst constateerde de volgende tekortkomingen:
A. Geen loonbelastingverklaringen.
B. Gekopieerde handtekeningen op loonbelastingverklaringen.
C. Valse identiteitsbewijzen met in het oog springende afwijkingen.
Ten aanzien van de valse identiteitsbewijzen merkte de rechtbank op dat de overheid en de belastingdienst werkgevers in ieder geval tot het jaar 2000 niet actief hebben geïnformeerd over de wijze waarop zij de echtheid van identiteitsbewijzen konden vaststellen of over de gevallen waarin zij nader onderzoek naar de echtheid van identiteitsbewijzen moesten doen. De rechtbank vond dat het uitzendbureau zich destijds voldoende had ingespannen om de wettelijke verplichtingen na te komen. Zo controleerde het uitzendbureau de juistheid van de door werknemers opgegeven sofinummers bij het GAK.
Het uitzendbureau verklaarde het ontbreken van loonbelastingverklaringen in een aantal gevallen door het niet kunnen verstrekken van blanco loonbelastingverklaringen door de inspecteur. Het uitzendbureau had daarom de loonbelastingverklaringen gekopieerd op de achterzijde van de met de werknemers gesloten arbeidscontracten. Deze contracten vormden onderdeel van de in beslag genomen en niet teruggegeven loonadministratie. De rechtbank vond deze verklaring plausibel nu het ging om een relatief gering aantal loonbelastingverklaringen.
Ten aanzien van de gekopieerde handtekening op loonbelastingverklaringen vond de rechtbank niet bewezen dat de handtekeningen op de loonbelastingverklaringen niet door de werknemers waren gezet. Van belang vond de rechtbank het ontbreken van de originele loonbelastingverklaringen die in beslag waren genomen. De rechtbank was van oordeel dat het uitzendbureau in deze gevallen had voldaan aan de verplichting om op de voorgeschreven wijze ingevulde loonbelastingverklaringen te bewaren.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u