
In een brief aan de Eerste Kamer heeft de staatssecretaris van Financiën een visie op de toekomstbestendigheid van de hypotheekrenteaftrek gegeven. De brief bevat de fiscale behandeling van de eigen woning.
In een bijlage bij de brief wordt ingegaan op de vanaf 2013 voor nieuwe hypotheken aan het recht op hypotheekrenteaftrek gestelde eis dat de lening gedurende de looptijd van 30 jaar tenminste annuïtair wordt afgelost. Sneller aflossen mag. Nieuwe leningen waarbij wordt gespaard voor volledige aflossing ineens na 30 jaar voldoen niet aan deze eis. Ook een aflossingsvrije hypotheek waarop vrijwillig wordt afgelost volgens een fictief annuïtair schema kwalificeert niet als aflossingshypotheek.
Bij een annuïteitenlening betaalt de schuldenaar bruto steeds hetzelfde bedrag aan rente en aflossing. Aanvankelijk is het merendeel van de annuïteit rente, maar naar mate de tijd verstrijkt wordt de aflossingscomponent groter. Het fiscale voordeel van de aftrekbaarheid van de rente is in het begin het grootst.
De aflossingseis geldt per lening. De verdere uitwerking van de regels vindt plaats bij het Belastingplan 2013.
Voor bestaande leningen komt overgangsrecht, waardoor het mogelijk is om deze over te sluiten bij een andere hypotheekverstrekker of bij verhuizing naar een andere woning. Een eigenwoningschuld op 31 december 2012 wordt gezien als “een bestaande hypotheek” en blijft dat in beginsel tot het moment waarop de 30-jaarstermijn eindigt. Bij verhoging van de bestaande eigenwoningschuld na 31 december 2012 geldt voor het meerdere de aflossingsverplichting.