Vestigingsplaats vereniging voor verdragstoepassing

Een Amerikaans staatsburger woonde en werkte in Nederland. Hij genoot inkomsten als bestuurder van een Nederlandse vereniging en een stichting. In de jaren 1997 en 1998 was de zogenaamde 35%-regeling op hem van toepassing. Op grond van deze regeling was hij fictief buitenlands belastingplichtige en dus alleen in Nederland belast voor zijn in Nederland verworven inkomen. De Amerikaan claimde in Nederland op grond van het verdrag ter voorkoming van dubbele belasting, dat Nederland en de Verenigde Staten hebben gesloten, een vermindering ter voorkoming van dubbele belasting voor alle niet in Nederland gewerkte dagen. Bij het vaststellen van de aanslag over het jaar 1998 hield de inspecteur alleen rekening met het gedeelte van de arbeidsbeloning, dat toerekenbaar was aan in de Verenigde Staten gewerkte dagen en niet met het gedeelte dat elders buiten Nederland was verdiend.

Een van de onderdelen van het geschil was of het salaris onder het verdragsartikel voor niet-zelfstandige arbeid of onder het verdragsartikel voor bestuurders- en commissarissenbeloningen viel. Hof Den Haag paste het bestuurdersartikel toe op het volledige salaris.

Het bestuurdersartikel is van toepassing op de beloning die een inwoner van het ene land krijgt in zijn hoedanigheid van bestuurder van een lichaam dat inwoner is van het andere land. Een in Nederland gevestigde vereniging is in de regel niet belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. Een vereniging is namelijk slechts belastingplichtig indien en voor zover zij een onderneming drijft. Naar het oordeel van de Hoge Raad is een vereniging die geen onderneming drijft niet onderworpen aan Nederlandse belasting en daarmee geen inwoner van Nederland in de zin van het belastingverdrag met de Verenigde Staten.

Voor zover het salaris moest worden toegerekend aan het werk voor de vereniging, mocht het in Nederland alleen worden belast voor zover het aan in Nederland verrichte werkzaamheden kon worden toegerekend. De Hoge Raad heeft de uitspraak van het hof vernietigd en de zaak verwezen naar Hof Amsterdam. Dat hof moet onderzoeken of een deel van het salaris de beloning vormde voor de bestuursactiviteiten voor de stichting. Voor zover dat het geval is mag Nederland daarover belasting heffen, met uitzondering van het deel dat betrekking heeft op de in de Verenigde Staten voor de stichting verrichte werkzaamheden.

<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">Een Amerikaans staatsburger woonde en werkte in Nederland. Hij genoot inkomsten als bestuurder van een Nederlandse vereniging en een stichting. In de jaren 1997 en 1998 was de zogenaamde 35%-regeling op hem van toepassing. Op grond van deze regeling was hij fictief buitenlands belastingplichtige en dus alleen in Nederland belast voor zijn in Nederland verworven inkomen. De Amerikaan claimde in Nederland op grond van het verdrag ter voorkoming van dubbele belasting, dat Nederland en de Verenigde Staten hebben gesloten, een vermindering ter voorkoming van dubbele belasting voor alle niet in Nederland gewerkte dagen. Bij het vaststellen van de aanslag over het jaar 1998 hield de inspecteur alleen rekening met het gedeelte van de arbeidsbeloning, dat toerekenbaar was aan in de Verenigde Staten gewerkte dagen en niet met het gedeelte dat elders buiten Nederland was verdiend. </P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">Een van de onderdelen van het geschil was of het salaris onder het verdragsartikel voor niet-zelfstandige arbeid of onder het verdragsartikel voor bestuurders- en commissarissenbeloningen viel. Hof Den Haag paste het bestuurdersartikel toe op het volledige salaris. </P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">Het bestuurdersartikel is van toepassing op de beloning die een inwoner van het ene land krijgt in zijn hoedanigheid van bestuurder van een lichaam dat inwoner is van het andere land. Een in Nederland gevestigde vereniging is in de regel niet belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. Een vereniging is namelijk slechts belastingplichtig indien en voor zover zij een onderneming drijft. Naar het oordeel van de Hoge Raad is een vereniging die geen onderneming drijft niet onderworpen aan Nederlandse belasting en daarmee geen inwoner van Nederland in de zin van het belastingverdrag met de Verenigde Staten. </P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">Voor zover het salaris moest worden toegerekend aan het werk voor de vereniging, mocht het in Nederland alleen worden belast voor zover het aan in Nederland verrichte werkzaamheden kon worden toegerekend. De Hoge Raad heeft de uitspraak van het hof vernietigd en de zaak verwezen naar Hof Amsterdam. Dat hof moet onderzoeken of een deel van het salaris de beloning vormde voor de bestuursactiviteiten voor de stichting. Voor zover dat het geval is mag Nederland daarover belasting heffen, met uitzondering van het deel dat betrekking heeft op de in de Verenigde Staten voor de stichting verrichte werkzaamheden.</P>
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u