Vestiging tijdelijk vruchtgebruik op verhuurde woningen
De vestiging van een recht van vruchtgebruik op een onroerende zaak geldt in het algemeen als een levering voor de omzetbelasting. Er geldt evenwel een uitzondering voor het geval de vergoeding, vermeerderd met de omzetbelasting, minder bedraagt dan de waarde in het economische verkeer van het recht van vruchtgebruik. In dat geval is geen sprake van een levering maar van een dienst. Voor een recht van vruchtgebruik op een onroerende zaak die als woning wordt gebruikt is dan sprake van verhuur. Verhuur van onroerende zaken is een vrijgestelde prestatie. Dat houdt in dat de voorbelasting niet aftrekbaar is. De wet op de omzetbelasting is eind 1995 met terugwerkende kracht tot 31 maart 1995 gewijzigd om constructies met onroerende zaken te bestrijden. Door deze wijziging was de vestiging van een tijdelijk recht van vruchtgebruik na die datum volgens Hof Den Bosch geen levering, omdat niet het recht om als eigenaar te beschikken was overgedragen, gelet op de rechten van de vruchtgebruiker en de tijdsduur van het recht. De procedure had betrekking op de vestiging van een zakelijk recht voor de duur van de resterende herzieningsperiode van verhuurde woningen door een woningbouwstichting aan een door deze stichting opgerichte nieuwe stichting. De bedoeling was om de op de bouw van de woningen drukkende omzetbelasting terug te krijgen door het creëren van een belaste levering, namelijk de vestiging van het recht van vruchtgebruik. Door de koopsom van het vruchtgebruik laag te houden zou meer omzetbelasting worden teruggekregen dan moest worden afgedragen. Belastingplichtigen mogen de meest voordelige weg bewandelen om tot een bepaald resultaat te komen, tenzij sprake is van misbruik van recht. Volgens het arrest Halifax van het Hof van Justitie EG moet in geval van misbruik van recht worden de situatie worden hersteld zoals zij zou zijn geweest zonder de transacties die dit misbruik vormen. In een dergelijk geval mag de belastingdienst met terugwerkende kracht nabetaling van de afgetrokken bedragen vorderen voor elke transactie waarvan is vastgesteld dat misbruik is gemaakt van het recht op aftrek. Ter zake van de normale handelingen had de belanghebbende geen recht op aftrek. Het vestigen van het recht van vruchtgebruik viel buiten het kader van de normaliter verrichte handelingen. Belastingbesparing was de enige reden om het recht van vruchtgebruik te vestigen. De herdefiniëring van handelingen leidde ertoe dat de inspecteur een naheffingsaanslag mocht opleggen voor het saldo van de voor het vruchtgebruik in rekening gebrachte omzetbelasting en de in aftrek gebrachte omzetbelasting.
De vestiging van een recht van vruchtgebruik op een onroerende zaak geldt in het algemeen als een levering voor de omzetbelasting. Er geldt evenwel een uitzondering voor het geval de vergoeding, vermeerderd met de omzetbelasting, minder bedraagt dan de waarde in het economische verkeer van het recht van vruchtgebruik. In dat geval is geen sprake van een levering maar van een dienst. Voor een recht van vruchtgebruik op een onroerende zaak die als woning wordt gebruikt is dan sprake van verhuur. Verhuur van onroerende zaken is een vrijgestelde prestatie. Dat houdt in dat de voorbelasting niet aftrekbaar is. De wet op de omzetbelasting is eind 1995 met terugwerkende kracht tot 31 maart 1995 gewijzigd om constructies met onroerende zaken te bestrijden. Door deze wijziging was de vestiging van een tijdelijk recht van vruchtgebruik na die datum volgens Hof Den Bosch geen levering, omdat niet het recht om als eigenaar te beschikken was overgedragen, gelet op de rechten van de vruchtgebruiker en de tijdsduur van het recht. De procedure had betrekking op de vestiging van een zakelijk recht voor de duur van de resterende herzieningsperiode van verhuurde woningen door een woningbouwstichting aan een door deze stichting opgerichte nieuwe stichting. De bedoeling was om de op de bouw van de woningen drukkende omzetbelasting terug te krijgen door het creëren van een belaste levering, namelijk de vestiging van het recht van vruchtgebruik. Door de koopsom van het vruchtgebruik laag te houden zou meer omzetbelasting worden teruggekregen dan moest worden afgedragen. Belastingplichtigen mogen de meest voordelige weg bewandelen om tot een bepaald resultaat te komen, tenzij sprake is van misbruik van recht. Volgens het arrest Halifax van het Hof van Justitie EG moet in geval van misbruik van recht worden de situatie worden hersteld zoals zij zou zijn geweest zonder de transacties die dit misbruik vormen. In een dergelijk geval mag de belastingdienst met terugwerkende kracht nabetaling van de afgetrokken bedragen vorderen voor elke transactie waarvan is vastgesteld dat misbruik is gemaakt van het recht op aftrek. Ter zake van de normale handelingen had de belanghebbende geen recht op aftrek. Het vestigen van het recht van vruchtgebruik viel buiten het kader van de normaliter verrichte handelingen. Belastingbesparing was de enige reden om het recht van vruchtgebruik te vestigen. De herdefiniëring van handelingen leidde ertoe dat de inspecteur een naheffingsaanslag mocht opleggen voor het saldo van de voor het vruchtgebruik in rekening gebrachte omzetbelasting en de in aftrek gebrachte omzetbelasting.