
Een BV die dividend uitkeert aan haar aandeelhouders moet over de uitkering dividendbelasting inhouden. Dat geldt niet alleen voor officiƫle dividenduitkeringen, maar ook voor heimelijke of vermomde uitdelingen van winst.
Een VOF had een deel van haar omzet niet in haar administratie verwerkt. Een BV was vennoot in de VOF. Het aan de BV toe te rekenen deel van de verzwegen omzet van de VOF was niet in de administratie van de BV verwerkt. Dit bedrag werd als uitdeling van winst toegerekend aan de dga van de BV, aangezien de dga zowel verantwoordelijk was voor de administratie van de VOF als voor de administratie van de BV. De Belastingdienst legde ter zake een naheffingsaanslag dividendbelasting op aan de BV. Voor de berekening van de hoogte van de dividendbelasting was de vraag of de winstuitdeling een bruto- of een nettobedrag was. In het laatste geval moest de uitdeling gebruteerd worden om de verschuldigde dividendbelasting vast te stellen.
Naar het oordeel van Hof Amsterdam moet brutering van dividend plaatsvinden als de BV die het dividend uitkeert, besluit om de nageheven of na te heffen dividendbelasting niet te verhalen op de dividendgerechtigde.
In het geval van vermomde winstuitdeling geldt als regel dat de BV op het moment van het doen van de uitdeling impliciet heeft besloten om de verschuldigde dividendbelasting niet op haar aandeelhouder te verhalen. Onder bijzondere omstandigheden is afwijking van deze regel mogelijk. Het hof was van oordeel, nu van bijzondere omstandigheden niet was gebleken, dat de inspecteur terecht de naheffingsaanslag naar een met dividendbelasting gebruteerd bedrag had vastgesteld.