
Nadat het UWV een werkgever toestemming had gegeven om de dienstbetrekking met een werknemer te beƫindigen vanwege een reorganisatie, stuurde de werkgever de werknemer op 28 december 2011 een brief waarin de arbeidsovereenkomst werd opgezegd per 1 april 2012. Kort voor die laatste datum diende de werknemer bij de kantonrechter een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst in. De zitting vond plaats op 29 maart 2012. Omdat de kantonrechter niet tijdig op het verzoek kon beslissen, verklaarde hij het verzoek niet-ontvankelijk. Zelfs als voor het aflopen van de opzegtermijn op het verzoek had kunnen worden beslist, zou het verzoek zijn afgewezen. Uit een arrest van de Hoge Raad uit 2009 volgt namelijk dat een tijdens de opzegtermijn ingediend ontbindingsverzoek alleen kan worden toegewezen als er zodanige veranderingen in de omstandigheden zijn dat de arbeidsovereenkomst eerder moet eindigen. Dat deed zich hier niet voor, aangezien de arbeidsovereenkomst nog maar 1 dag duurde ten tijde van de behandeling van het verzoek. Het verzoek was kennelijk ingediend om een ontslagvergoeding te krijgen. Op deze manier lukte dat niet. De werknemer kan wel via een procedure wegens kennelijk onredelijk ontslag proberen een schadevergoeding van de werkgever te krijgen.