Verzoek om vrijstelling kapitaalsbelasting mag ook in bezwaarfase worden gedaan

Een grootmoedermaatschappij stortte op één nieuw aandeel in de moedermaatschappij een bedrag van ƒ 202.330.000 in contanten. Het vermogen van de moedermaatschappij bestond hoofdzakelijk uit een deelneming. Op dezelfde dag stortte de moedermaatschappij een groot gedeelte van die contanten ad ƒ 201.223.272 in haar dochtermaatschappij tegen uitreiking van aandelen. Die dochtermaatschappij betaalde op de aangifte kapitaalsbelasting een bedrag van ƒ 1.112.814. In de aangifte deed zij geen beroep op de vrijstelling van kapitaalsbelasting voor fusies en interne reorganisaties. Korte tijd later deed zij dat wel in een bezwaarschrift tegen het door haar voldane bedrag aan kapitaalsbelasting. Hof Amsterdam was van oordeel, dat de vrijstelling slechts van toepassing is wanneer daarop in de (tijdig ingediende) aangifte een beroep is gedaan. Omdat de aangifte geen verzoek om vrijstelling bevatte kwam het Hof niet toe aan de beoordeling of in dit geval aan de materiële vereisten voor toepassing van de vrijstelling was voldaan.De vrijstelling van kapitaalsbelasting bij fusie en reorganisatie is verplicht op grond van een EG-richtlijn. Die richtlijn staat het stellen van andere voorwaarden dan de in de Richtlijn genoemde niet toe, als die het vervallen van het recht op vrijstelling tot gevolg kunnen hebben. De staatssecretaris van Financiën heeft in een besluit als beleidsregel neergelegd dat de inspecteur ook bij te laat gedane aangiften moet beoordelen of de vrijstelling van kapitaalsbelasting materieel gezien van toepassing is. De Hoge Raad is van oordeel, dat de situatie waarin een aangifte zonder een verzoek om vrijstelling wordt gevolgd door een bezwaarschrift met een verzoek om vrijstelling behandeld moet worden als een te laat ingediende aangifte met een verzoek om vrijstelling. Vervolgens moest beoordeeld worden of wel het gehele vermogen van de moedermaatschappij was ingebracht. Er waren enkele activa bij de moedermaatschappij achtergebleven. Volgens de Hoge Raad verhindert dat de vrijstelling niet, omdat voldaan is aan de eis dat het gehele vermogen wordt ingebracht, ook als er bij het inbrengende lichaam een redelijke buffer ter dekking van kosten die verbonden zijn aan het beheer van de verkregen aandelen en aan het eigen bestaan als rechtspersoon is achtergebleven.
Een grootmoedermaatschappij stortte op één nieuw aandeel in de moedermaatschappij een bedrag van ƒ 202.330.000 in contanten. Het vermogen van de moedermaatschappij bestond hoofdzakelijk uit een deelneming. Op dezelfde dag stortte de moedermaatschappij een groot gedeelte van die contanten ad ƒ 201.223.272 in haar dochtermaatschappij tegen uitreiking van aandelen. Die dochtermaatschappij betaalde op de aangifte kapitaalsbelasting een bedrag van ƒ 1.112.814. In de aangifte deed zij geen beroep op de vrijstelling van kapitaalsbelasting voor fusies en interne reorganisaties. Korte tijd later deed zij dat wel in een bezwaarschrift tegen het door haar voldane bedrag aan kapitaalsbelasting. Hof Amsterdam was van oordeel, dat de vrijstelling slechts van toepassing is wanneer daarop in de (tijdig ingediende) aangifte een beroep is gedaan. Omdat de aangifte geen verzoek om vrijstelling bevatte kwam het Hof niet toe aan de beoordeling of in dit geval aan de materiële vereisten voor toepassing van de vrijstelling was voldaan.De vrijstelling van kapitaalsbelasting bij fusie en reorganisatie is verplicht op grond van een EG-richtlijn. Die richtlijn staat het stellen van andere voorwaarden dan de in de Richtlijn genoemde niet toe, als die het vervallen van het recht op vrijstelling tot gevolg kunnen hebben. De staatssecretaris van Financiën heeft in een besluit als beleidsregel neergelegd dat de inspecteur ook bij te laat gedane aangiften moet beoordelen of de vrijstelling van kapitaalsbelasting materieel gezien van toepassing is. De Hoge Raad is van oordeel, dat de situatie waarin een aangifte zonder een verzoek om vrijstelling wordt gevolgd door een bezwaarschrift met een verzoek om vrijstelling behandeld moet worden als een te laat ingediende aangifte met een verzoek om vrijstelling. Vervolgens moest beoordeeld worden of wel het gehele vermogen van de moedermaatschappij was ingebracht. Er waren enkele activa bij de moedermaatschappij achtergebleven. Volgens de Hoge Raad verhindert dat de vrijstelling niet, omdat voldaan is aan de eis dat het gehele vermogen wordt ingebracht, ook als er bij het inbrengende lichaam een redelijke buffer ter dekking van kosten die verbonden zijn aan het beheer van de verkregen aandelen en aan het eigen bestaan als rechtspersoon is achtergebleven.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u