Verzoek fiscaal partnerschap nog mogelijk als aanslag andere partner vaststaat

In het jaar 2001 woonde een ongehuwde meerderjarige bij zijn ouders in. Ook zijn eveneens meerderjarige broer en zus woonden nog bij de ouders. De belanghebbende had in dat jaar geen inkomen. Hij diende een T-biljet in waarin hij en zijn zus de keuze maakten om te worden aangemerkt als fiscale partners. Op grond van die keuze zou hij recht hebben op uitbetaling van de gecombineerde heffingkorting omdat zijn zus wel inkomen had. De inspecteur accepteerde de keuze voor het fiscale partnerschap niet omdat de aanslag inkomstenbelasting 2001 van de zus al definitief vaststond toen de keuze werd gemaakt.Hof Den Bosch stelde vast dat de belanghebbende en zijn zus voldeden aan de eisen die worden gesteld aan het fiscale partnerschap. De vraag was of de keuze voor het fiscale partnerschap tijdig was gemaakt. Naar het oordeel van het Hof was dat het geval, omdat er geen bepaling in de wet was die de keuze op dat moment verbood, terwijl het stelsel van de wet zich niet verzette tegen honorering van deze keuze. De Wet IB 2001 regelt alleen dat een keuze voor partnerschap die wordt gemaakt op het moment dat de aanslag van de andere partner onherroepelijk is, geen gevolgen heeft voor de toerekening van inkomensbestanddelen. Het Hof stelde de aanslag vast op een negatief bedrag ter grootte van de algemene heffingskorting.
In het jaar 2001 woonde een ongehuwde meerderjarige bij zijn ouders in. Ook zijn eveneens meerderjarige broer en zus woonden nog bij de ouders. De belanghebbende had in dat jaar geen inkomen. Hij diende een T-biljet in waarin hij en zijn zus de keuze maakten om te worden aangemerkt als fiscale partners. Op grond van die keuze zou hij recht hebben op uitbetaling van de gecombineerde heffingkorting omdat zijn zus wel inkomen had. De inspecteur accepteerde de keuze voor het fiscale partnerschap niet omdat de aanslag inkomstenbelasting 2001 van de zus al definitief vaststond toen de keuze werd gemaakt.Hof Den Bosch stelde vast dat de belanghebbende en zijn zus voldeden aan de eisen die worden gesteld aan het fiscale partnerschap. De vraag was of de keuze voor het fiscale partnerschap tijdig was gemaakt. Naar het oordeel van het Hof was dat het geval, omdat er geen bepaling in de wet was die de keuze op dat moment verbood, terwijl het stelsel van de wet zich niet verzette tegen honorering van deze keuze. De Wet IB 2001 regelt alleen dat een keuze voor partnerschap die wordt gemaakt op het moment dat de aanslag van de andere partner onherroepelijk is, geen gevolgen heeft voor de toerekening van inkomensbestanddelen. Het Hof stelde de aanslag vast op een negatief bedrag ter grootte van de algemene heffingskorting.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u