Verzekeringsuitkering in Nederland belast
Uitgangspunt voor de heffing van inkomstenbelasting in internationaal verband is de woonplaats. Wie in Nederland woont is in Nederland belastingplichtig. Discussie over de woonplaats ontstaat wanneer mensen over woonruimte in meerdere landen beschikken. Aan de hand van feiten en omstandigheden wordt dan bepaald waar iemand woont.
De rechtbank Arnhem moest oordelen over de woonplaats van een Nederlander die in 1989 met zijn echtgenote naar Italië was geëmigreerd en in beide landen over woonruimte beschikte. Het echtpaar had een Italiaanse verblijfskaart voor onderdanen van de EU, welke geldig was tot 15 februari 2000. Enkele dagen eerder had het echtpaar zich weer in Nederland laten inschrijven. Gedurende de periode dat het echtpaar in Italië was ingeschreven beschikten de echtgenoten over een bankrekening in Italië en waren zij daar verzekerd voor ziektekosten.
In de tussenliggende periode waren zij eigenaar van een appartement in Nederland, dat niet werd verhuurd. Het energieverbruik was echter in die periode niet lager dan in de periode na de terugkeer naar Nederland. De belastingdienst beschikte over gegevens van de autoverzekeringen en van de zorgverzekeringen in Nederland uit de Italiaanse periode. Op de polissen stond het adres in Nederland vermeld. Daarnaast beschikte de belastingdienst over afrekeningen van de creditcard. In 1999 waren daarmee geen uitgaven in Italië gedaan.
Na ontvangst van een renseignement waaruit bleek dat een levensverzekeringuitkering was ontvangen die niet in de aangifte was vermeld, legde de belastingdienst een navorderingaanslag inkomstenbelasting op over het jaar 1999. In zijn bezwaar tegen de navorderingsaanslag stelde de man zich op het standpunt dat hij in 1999 nog in Italië woonde. Om die reden was de uitkering niet in Nederland belast.
De rechtbank vond aannemelijk dat het appartement in Nederland duurzaam werd bewoond gezien het energieverbruik. De rechtbank vond ook aannemelijk dat het appartement het echtpaar duurzaam ter beschikking stond. Op basis van de door de belastingdienst aangeleverde informatie vond de rechtbank bewezen dat het echtpaar in 1999 in Nederland woonde. Dat hield in dat de verzekeringsuitkering terecht in de Nederlandse belastingheffing was betrokken.
Uitgangspunt voor de heffing van inkomstenbelasting in internationaal verband is de woonplaats. Wie in Nederland woont is in Nederland belastingplichtig. Discussie over de woonplaats ontstaat wanneer mensen over woonruimte in meerdere landen beschikken. Aan de hand van feiten en omstandigheden wordt dan bepaald waar iemand woont.
De rechtbank Arnhem moest oordelen over de woonplaats van een Nederlander die in 1989 met zijn echtgenote naar Italië was geëmigreerd en in beide landen over woonruimte beschikte. Het echtpaar had een Italiaanse verblijfskaart voor onderdanen van de EU, welke geldig was tot 15 februari 2000. Enkele dagen eerder had het echtpaar zich weer in Nederland laten inschrijven. Gedurende de periode dat het echtpaar in Italië was ingeschreven beschikten de echtgenoten over een bankrekening in Italië en waren zij daar verzekerd voor ziektekosten.
In de tussenliggende periode waren zij eigenaar van een appartement in Nederland, dat niet werd verhuurd. Het energieverbruik was echter in die periode niet lager dan in de periode na de terugkeer naar Nederland. De belastingdienst beschikte over gegevens van de autoverzekeringen en van de zorgverzekeringen in Nederland uit de Italiaanse periode. Op de polissen stond het adres in Nederland vermeld. Daarnaast beschikte de belastingdienst over afrekeningen van de creditcard. In 1999 waren daarmee geen uitgaven in Italië gedaan.
Na ontvangst van een renseignement waaruit bleek dat een levensverzekeringuitkering was ontvangen die niet in de aangifte was vermeld, legde de belastingdienst een navorderingaanslag inkomstenbelasting op over het jaar 1999. In zijn bezwaar tegen de navorderingsaanslag stelde de man zich op het standpunt dat hij in 1999 nog in Italië woonde. Om die reden was de uitkering niet in Nederland belast.
De rechtbank vond aannemelijk dat het appartement in Nederland duurzaam werd bewoond gezien het energieverbruik. De rechtbank vond ook aannemelijk dat het appartement het echtpaar duurzaam ter beschikking stond. Op basis van de door de belastingdienst aangeleverde informatie vond de rechtbank bewezen dat het echtpaar in 1999 in Nederland woonde. Dat hield in dat de verzekeringsuitkering terecht in de Nederlandse belastingheffing was betrokken.