
De staatssecretaris van Financiƫn heeft een verzamelbesluit over de dividendbelasting gepubliceerd. Het nieuwe besluit bevat de volgende wijzigingen.
Een in Nederland gevestigde rechtspersoon die niet aan de vennootschapsbelasting is onderworpen kan een verzoek indienen om teruggaaf van de dividendbelasting die in een kalenderjaar is ingehouden op door de rechtspersoon ontvangen dividend. Sinds 2007 mogen maximaal vier verzoeken om een tussentijdse teruggaaf per jaar worden gedaan. Omdat deze verzoeken sinds 2009 allemaal worden behandeld door de Belastingdienst/Limburg kantoor Heerlen is de limiet van vier verzoeken vervallen.
Voor de vrijgestelde inkoop van beursgenoteerde aandelen geldt als voorwaarde dat in het jaar van inkoop een dividend in contanten moet worden uitgekeerd dat ten minste gelijk is aan het gemiddeld uitgekeerde dividend in contanten in de vijf voorafgaande kalenderjaren. De wet bepaalt dat voor de berekening van dit gemiddeld uitgekeerde dividend de dividenduitkeringen van de zeven voorafgaande jaren moeten worden gecorrigeerd met een inflatiebijstelling. Bij de inkoop van (cumulatief) preferente aandelen waarop jaarlijks een vast dividend wordt uitgekeerd hoeft de correctie met de inflatiebijstelling niet toegepast te worden. De inflatiebijstelling leidt namelijk tot een hoger gemiddeld uitgekeerd dividend in contanten in de vijf voorafgaande kalenderjaren dan het vaste dividend in contanten dat in het jaar van inkoop wordt uitgekeerd.