Vertrekpremie manager of aankoopprijs aandelen?
Het bestuur van een vennootschap werd gevormd door een aantal management-BV’s. In de managementovereenkomsten was een vertrekvergoeding opgenomen bij beëindiging van de opdracht door de opdrachtgever. Na een conflict tussen de personen die de bestuurstaken uitvoerden werd een van de managementovereenkomsten beëindigd. De management-BV was ook aandeelhouder van de vennootschap. Er werd een vaststellingsovereenkomst opgesteld waarin de vertrekvergoeding was bepaald en waarin de prijs voor de verkoop van de aandelen werd geregeld. De inspecteur weigerde de vertrekvergoeding in aftrek op de winst toe te laten. Volgens hem vormde dat bedrag geen bedrijfslast maar een vergoeding voor de verkoop van de aandelen in de vennootschap.
Partijen die een overeenkomst sluiten zijn vrij om hun contractuele relatie te regelen op de manier die zij wenselijk achten. Dat betekent dat gemaakte afspraken moeten worden gerespecteerd, tenzij de inspecteur zijn andersluidende stelling aannemelijk maakt.
De inspecteur voerde daartoe aan dat het vertrek van de betrokken manager vrijwillig was, zodat er geen plaats was voor een beëindigingsvergoeding. De rechtbank dacht daar anders over. De aanleiding voor het vertrek was dat de commercieel directeur in de ogen van de andere managers niet naar behoren functioneerde. De vertrekvergoeding kwam in mindering op de winst van de vennootschap.
Het bestuur van een vennootschap werd gevormd door een aantal management-BV’s. In de managementovereenkomsten was een vertrekvergoeding opgenomen bij beëindiging van de opdracht door de opdrachtgever. Na een conflict tussen de personen die de bestuurstaken uitvoerden werd een van de managementovereenkomsten beëindigd. De management-BV was ook aandeelhouder van de vennootschap. Er werd een vaststellingsovereenkomst opgesteld waarin de vertrekvergoeding was bepaald en waarin de prijs voor de verkoop van de aandelen werd geregeld. De inspecteur weigerde de vertrekvergoeding in aftrek op de winst toe te laten. Volgens hem vormde dat bedrag geen bedrijfslast maar een vergoeding voor de verkoop van de aandelen in de vennootschap.
Partijen die een overeenkomst sluiten zijn vrij om hun contractuele relatie te regelen op de manier die zij wenselijk achten. Dat betekent dat gemaakte afspraken moeten worden gerespecteerd, tenzij de inspecteur zijn andersluidende stelling aannemelijk maakt.
De inspecteur voerde daartoe aan dat het vertrek van de betrokken manager vrijwillig was, zodat er geen plaats was voor een beëindigingsvergoeding. De rechtbank dacht daar anders over. De aanleiding voor het vertrek was dat de commercieel directeur in de ogen van de andere managers niet naar behoren functioneerde. De vertrekvergoeding kwam in mindering op de winst van de vennootschap.