
De termijn waarbinnen bezwaar kan worden gemaakt tegen een belastingaanslag of tegen een beschikking van de inspecteur bedraagt zes weken. De bezwaartermijn begint te lopen op dag waarop de aanslag of de beschikking bekend is gemaakt. In veel gevallen is dat de datum van de dagtekening. Gaat er echter iets mis met de verzending, dan begint de termijn te lopen op de dag waarop de belanghebbende kennis heeft genomen of heeft kunnen nemen van de aanslag of de beschikking.
Hoewel een aanslag inkomstenbelasting al op 23 februari was opgelegd, wist de belanghebbende pas op
Desondanks verleende de ontvanger uitstel van betaling tot 1 september, op voorwaarde dat de belanghebbende voor die datum een bezwaarschrift zou indienen. De belanghebbende diende op 29 augustus een bezwaarschrift in, dat door de inspecteur niet-ontvankelijk werd verklaard. Hof Den Bosch was van oordeel dat het bezwaarschrift ruim na afloop van de geldende wettelijke termijn was ingediend. De termijnoverschrijding was niet verschoonbaar en dus was het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard.
De Hoge Raad heeft deze uitspraak vernietigd. Duidelijk was dat de belanghebbende pas door ontvangst van de aanmaning op de hoogte was geraakt van de aanslag. Op het moment waarop de inspecteur de mededeling dat geen bezwaar meer mogelijk was deed, had de belanghebbende nog een bezwaarschrift tegen de aanslag kunnen indienen zonder geconfronteerd te mogen worden met niet-ontvankelijkverklaring wegens het overschrijden van de bezwaartermijn. De mededeling van de inspecteur dat belanghebbende geen bezwaar meer kon maken was onjuist.