
Zowel het IVBPR als het EVRM bevat een non-discriminatie artikel. Deze artikelen verbieden niet iedere vorm van ongelijke behandeling van gelijke gevallen, maar alleen die gevallen waarin een objectieve en redelijke rechtvaardiging voor de ongelijke behandeling ontbreekt. Op fiscaal gebied heeft de wetgever een ruime beoordelingsvrijheid bij het beantwoorden van de vraag of gevallen gelijk zijn en zo ja, of een objectieve en redelijke rechtvaardiging bestaat voor een verschillende behandeling van die gevallen.
Voor de bijtelling voor het privégebruik van een auto van de zaak gelden verschillende percentages, al naar gelang de CO2-uistoot van de auto. Volgens de rechtbank Den Haag is geen sprake van verboden ongelijke behandeling. Als rechtvaardiging mocht de wetgever zijn doelstelling om het milieu te beschermen door de aanschaf van schone en zuinige auto's te stimuleren en vervuilende en onzuinige auto's zwaarder te belasten aanvoeren. De wetgever overschreed daarmee niet zijn ruime beoordelingsvrijheid.