Verrekening schenkingsrecht met successierecht
De Successiewet is een ingewikkelde wet, vanwege de vele zogenaamde fictiebepalingen. Deze fictiebepalingen merken bepaalde handelingen aan als erfrechtelijke verkrijgingen, waardoor successierecht betaald moet worden over de waarde van de verkrijging. Een van deze fictiebepalingen betreft schenkingen die iemand binnen 180 dagen voor zijn overlijden heeft gedaan. Deze bepaling is bedoeld als anti-misbruikregeling. Het bij de schenking betaalde schenkingsrecht mag worden verrekend met het over de erfenis verschuldigde successierecht.
Schenkingsrecht en successierecht komen in principe voor rekening van de begunstigde. De schenker of de erflater kan de belasting voor zijn rekening nemen, maar het bedrag van de belasting is dan ook weer een bevoordeling van de begunstigde. De totale bevoordeling is dan gelijk aan de schenking plus de daarover verschuldigde belasting indien deze voor rekening van de begunstigde zou zijn. Over dat totaal moet de schenker belasting betalen.
Kort voor het overlijden van de man schonk een echtpaar aan ieder van hun kinderen een bedrag van € 100.000 vrij van recht. Het echtpaar was in gemeenschap van goederen gehuwd. Na het overlijden van de man volgde een schenking door de moeder aan beide kinderen van € 35.000, eveneens vrij van recht. Beide schenkingen werden, volgens de regels van de wet, samengeteld voor de berekening van het schenkingsrecht. Het primaire recht bedroeg € 14.657, het door de ouders te betalen schenkingsrecht € 16.855. Bij het vaststellen van de aanslagen successierecht die aan de kinderen werden opgelegd na het overlijden van hun vader hield de belastingdienst rekening met een fictieve verkrijging, bestaande uit de helft van de schenking van € 100.000 plus een evenredig deel van het primaire recht van 100/135 x € 14.657 = € 10.857, in totaal dus 50% van € 110.857 is € 55.428.
Het te verrekenen schenkingsrecht bedroeg de helft van een evenredig deel van het geheven schenkingsrecht: 0,5 x (110.857/149.657 x € 16.855) is € 6.243.
De kinderen waren het niet eens met de opgelegde aanslagen successierecht. Zij erkenden dat de aanslagen juist waren volgens de tekst van de wet en volgens jurisprudentie van de Hoge Raad, maar de kinderen vonden de uitkomst onredelijk, omdat aan successie- en schenkingsrecht meer betaald moest worden dan het geval zou zijn geweest zonder de samenloop van een schenking die binnen 180 voor het overlijden van de vader was gedaan en de schenking na diens overlijden door de moeder.
De Hoge Raad heeft deze wijze van berekening uitdrukkelijk goedgekeurd in een eerder arrest. De rechtbank zag geen reden om van dat oordeel af te wijken omdat de wet op dat punt sindsdien niet is gewijzigd.
De Successiewet is een ingewikkelde wet, vanwege de vele zogenaamde fictiebepalingen. Deze fictiebepalingen merken bepaalde handelingen aan als erfrechtelijke verkrijgingen, waardoor successierecht betaald moet worden over de waarde van de verkrijging. Een van deze fictiebepalingen betreft schenkingen die iemand binnen 180 dagen voor zijn overlijden heeft gedaan. Deze bepaling is bedoeld als anti-misbruikregeling. Het bij de schenking betaalde schenkingsrecht mag worden verrekend met het over de erfenis verschuldigde successierecht.
Schenkingsrecht en successierecht komen in principe voor rekening van de begunstigde. De schenker of de erflater kan de belasting voor zijn rekening nemen, maar het bedrag van de belasting is dan ook weer een bevoordeling van de begunstigde. De totale bevoordeling is dan gelijk aan de schenking plus de daarover verschuldigde belasting indien deze voor rekening van de begunstigde zou zijn. Over dat totaal moet de schenker belasting betalen.
Kort voor het overlijden van de man schonk een echtpaar aan ieder van hun kinderen een bedrag van € 100.000 vrij van recht. Het echtpaar was in gemeenschap van goederen gehuwd. Na het overlijden van de man volgde een schenking door de moeder aan beide kinderen van € 35.000, eveneens vrij van recht. Beide schenkingen werden, volgens de regels van de wet, samengeteld voor de berekening van het schenkingsrecht. Het primaire recht bedroeg € 14.657, het door de ouders te betalen schenkingsrecht € 16.855. Bij het vaststellen van de aanslagen successierecht die aan de kinderen werden opgelegd na het overlijden van hun vader hield de belastingdienst rekening met een fictieve verkrijging, bestaande uit de helft van de schenking van € 100.000 plus een evenredig deel van het primaire recht van 100/135 x € 14.657 = € 10.857, in totaal dus 50% van € 110.857 is € 55.428.
Het te verrekenen schenkingsrecht bedroeg de helft van een evenredig deel van het geheven schenkingsrecht: 0,5 x (110.857/149.657 x € 16.855) is € 6.243.
De kinderen waren het niet eens met de opgelegde aanslagen successierecht. Zij erkenden dat de aanslagen juist waren volgens de tekst van de wet en volgens jurisprudentie van de Hoge Raad, maar de kinderen vonden de uitkomst onredelijk, omdat aan successie- en schenkingsrecht meer betaald moest worden dan het geval zou zijn geweest zonder de samenloop van een schenking die binnen 180 voor het overlijden van de vader was gedaan en de schenking na diens overlijden door de moeder.
De Hoge Raad heeft deze wijze van berekening uitdrukkelijk goedgekeurd in een eerder arrest. De rechtbank zag geen reden om van dat oordeel af te wijken omdat de wet op dat punt sindsdien niet is gewijzigd.