
De spaarloonregeling biedt werknemers de mogelijkheid jaarlijks een bruto bedrag netto te sparen. Dat spaarbedrag moet wel een aantal jaren op een geblokkeerde spaarrekening blijven staan. Als een werknemer in strijd met de spaarloonregeling over het gespaarde bedrag beschikt, wordt dit bedrag als loon aangemerkt en moet de werknemer alsnog loonheffing en premies werknemersverzekeringen betalen. Er zijn enkele deblokkeringsmogelijkheden waarbij het saldo toch mag worden opgenomen zonder fiscale gevolgen. Een van deze mogelijkheden is de aankoop van een eigen woning. Die woning moet wel als hoofdverblijf dienen.
In een voorkomend geval kocht een werkneemster een recreatiebungalow met de bedoeling deze als woonhuis te gebruiken. Zij diende een aanvraag in om haar spaarloontegoed te laten deblokkeren. Bij een controle van de belastingdienst bij haar werkgever stelde de inspecteur zich op het standpunt dat het spaartegoed ten onrechte was gedeblokkeerd, omdat niet vast stond dat de bungalow als hoofdverblijf diende. De inspecteur legde een naheffingsaanslag op als eindheffing, in de veronderstelling dat de werkgever de loonheffing voor zijn rekening zou nemen. De werkgever stelde geen rechtsmiddelen in tegen de naheffingsaanslag. De werkgever verrekende vervolgens het bedrag van de naheffing met het nettoloon van de werkneemster over de maanden augustus tot en met december 2002. Er volgde, na tevergeefs protest van de werkneemster tegen deze verrekening, een civiele procedure. Die leidde uiteindelijk tot de verplichting om de verrekening ongedaan te maken. Naar het oordeel van Hof Den Bosch was de naheffingsaanslag destijds ten onrechte opgelegd omdat ten tijde van de deblokkering van het spaarloon de recreatiewoning bestemd was om als hoofdverblijf te dienen. Dat betekent dat er terecht belastingvrij was gedeblokkeerd. Dat tegen de naheffingsaanslag geen rechtsmiddelen zijn ingesteld kwam voor rekening van de werkgever.