
Ingehouden dividendbelasting kan door de ontvanger van het dividend worden verrekend met de verschuldigde inkomsten- of vennootschapsbelasting. Als het gaat om Nederlandse dividendbelasting kan deze verrekening zelfs leiden tot een teruggaaf als de verschuldigde belasting lager is dan de ingehouden dividendbelasting. Bij buitenlandse dividendbelasting kan dit anders zijn, afhankelijk van verdragsbepalingen.
Een in Nederland gevestigde fiscale eenheid ontving in het jaar 2003 € 674.000 aan bruto buitenlands dividend. Dat bedrag bestond voor ruim € 295.000 aan Duitse dividenden, waarop € 44.356 aan Duitse bronbelasting werd ingehouden, en voor ruim € 378.000 aan Franse dividenden, waarop € 56.778 aan Franse bronbelasting werd ingehouden. Daarnaast ontving de fiscale eenheid in 2003 een groot bedrag aan Nederlands dividend, waarop € 358.858 aan dividendbelasting werd ingehouden. Omdat de fiscale eenheid in 2003 een groot fiscaal verlies leed, werd de Nederlandse dividendbelasting wel verrekend en teruggegeven, maar de in Duitsland en Frankrijk ingehouden bronbelasting niet.
Het belastingverdrag met Duitsland biedt niet de mogelijkheid tot verrekening van Duitse bronheffing op dividenden met Nederlandse belasting. Franse bronheffing op dividenden is onder omstandigheden wel verrekenbaar met Nederlandse vennootschapsbelasting. De verrekening is beperkt tot het laagste bedrag van de hoogte van het Franse dividend of de in Nederland verschuldigde belasting over het Franse dividend. Omdat de fiscale eenheid verlies leed, sorteerde de verrekenmogelijkheid geen effect. Noch het ontbreken van een verrekeningsmogelijkheid in het Belastingverdrag met Duitsland, noch de werking van de limiet in het Belastingverdrag met Frankrijk is in strijd met de vrijheid van kapitaalverkeer.
De vrijheid van kapitaalverkeer heeft niet tot gevolg dat een lidstaat, ook als er geen belasting is verschuldigd, verplicht is om alle door een andere lidstaat geheven bronheffing te restitueren. De Hoge Raad heeft in een arrest uit 2008 uitdrukkelijk geoordeeld dat de tweede verrekenlimiet (de in Nederland verschuldigde belasting over het buitenlandse dividend) verenigbaar is met de vrijheid van kapitaalverkeer.