Verplichting tot meestbegunstiging?
Een Nederlandse houdstervennootschap vormde met haar (klein)dochtervennootschappen een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting. De fiscale eenheid ontving grote bedragen aan rente, dividend en royalty’s van buitenlandse deelnemingen. Sommige deelnemingen waren gevestigd in de EG of de EER, andere in landen waarmee de EG associatieovereenkomsten heeft gesloten, en weer andere in overige landen. De ontvangen dividenden vielen onder de deelnemingsvrijstelling. De fiscale eenheid claimde over de ontvangen bedragen het recht op aftrek (een zogenaamde tax sparing credit) op de Nederlandse vennootschapsbelasting van 20% van de inkomsten. Het verdrag ter voorkoming van dubbele belastingheffing met Brazilië kent een dergelijke regeling voor uit Brazilië afkomstige rente. Het verdrag met Griekenland kent een vergelijkbare bepaling. Volgens de fiscale eenheid zou een volgens het EG-verdrag verboden belemmering van kapitaalverkeer optreden wanneer broninkomsten uit andere landen ongunstiger worden behandeld. In navolging van Hof Amsterdam oordeelde de Hoge Raad dat er geen sprake is van een verboden belemmering door een ongelijke behandeling, omdat broninkomsten die onder verdragen vallen niet vergelijkbaar zijn met broninkomsten die niet onder die verdragen vallen. Dat is af te leiden uit rechtspraak van het Hof van Justitie EG. Volgens deze rechtspraak laat het EG-verdrag een verschillende behandeling van buitenlandse broninkomsten toe als deze voortvloeit uit een belastingverdrag en niet uit de wetgeving van een lidstaat.
Een Nederlandse houdstervennootschap vormde met haar (klein)dochtervennootschappen een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting. De fiscale eenheid ontving grote bedragen aan rente, dividend en royalty’s van buitenlandse deelnemingen. Sommige deelnemingen waren gevestigd in de EG of de EER, andere in landen waarmee de EG associatieovereenkomsten heeft gesloten, en weer andere in overige landen. De ontvangen dividenden vielen onder de deelnemingsvrijstelling. De fiscale eenheid claimde over de ontvangen bedragen het recht op aftrek (een zogenaamde tax sparing credit) op de Nederlandse vennootschapsbelasting van 20% van de inkomsten. Het verdrag ter voorkoming van dubbele belastingheffing met Brazilië kent een dergelijke regeling voor uit Brazilië afkomstige rente. Het verdrag met Griekenland kent een vergelijkbare bepaling. Volgens de fiscale eenheid zou een volgens het EG-verdrag verboden belemmering van kapitaalverkeer optreden wanneer broninkomsten uit andere landen ongunstiger worden behandeld. In navolging van Hof Amsterdam oordeelde de Hoge Raad dat er geen sprake is van een verboden belemmering door een ongelijke behandeling, omdat broninkomsten die onder verdragen vallen niet vergelijkbaar zijn met broninkomsten die niet onder die verdragen vallen. Dat is af te leiden uit rechtspraak van het Hof van Justitie EG. Volgens deze rechtspraak laat het EG-verdrag een verschillende behandeling van buitenlandse broninkomsten toe als deze voortvloeit uit een belastingverdrag en niet uit de wetgeving van een lidstaat.