Verplichte aanslag IB bij te hoge voorlopige teruggaaf heffingskorting
Aan de staatssecretaris van Financiƫn is de vraag voorgelegd of in de volgende situatie een verplichte aanslag inkomstenbelasting moet worden opgelegd en of verplicht aangifte moet worden gedaan. De minstverdienende partner heeft op een verzoek om voorlopige teruggaaf de gehele algemene heffingskorting ontvangen. Bij de aangifte inkomstenbelasting wordt een deel van het inkomen uit sparen en beleggen toegerekend aan deze partner, waardoor inkomstenbelasting verschuldigd is, maar niet meer dan het bedrag waarbij geen aanslag wordt opgelegd. Volgens de staatssecretaris moet verplicht aangifte worden gedaan waardoor een verplichte aanslag volgt. De aanslaggrens geldt namelijk niet wanneer bij de voorlopige teruggaaf ten onrechte een verhoging van de gecombineerde heffingskorting is uitbetaald. Geen aangifte hoeft te worden gedaan als uit de aangifte van de partner blijkt, dat de teruggaaf van de gecombineerde heffingskorting onjuist is.
Aan de staatssecretaris van Financiƫn is de vraag voorgelegd of in de volgende situatie een verplichte aanslag inkomstenbelasting moet worden opgelegd en of verplicht aangifte moet worden gedaan. De minstverdienende partner heeft op een verzoek om voorlopige teruggaaf de gehele algemene heffingskorting ontvangen. Bij de aangifte inkomstenbelasting wordt een deel van het inkomen uit sparen en beleggen toegerekend aan deze partner, waardoor inkomstenbelasting verschuldigd is, maar niet meer dan het bedrag waarbij geen aanslag wordt opgelegd. Volgens de staatssecretaris moet verplicht aangifte worden gedaan waardoor een verplichte aanslag volgt. De aanslaggrens geldt namelijk niet wanneer bij de voorlopige teruggaaf ten onrechte een verhoging van de gecombineerde heffingskorting is uitbetaald. Geen aangifte hoeft te worden gedaan als uit de aangifte van de partner blijkt, dat de teruggaaf van de gecombineerde heffingskorting onjuist is.