
Bestaande overeenkomsten zijn vernietigbaar, wanneer zij tot stand zijn gekomen onder invloed van dwaling. Het Burgerlijk Wetboek maakt geen uitzondering op deze regel voor de arbeidsovereenkomst. Dat wil niet zeggen dat een bestaande arbeidsovereenkomst ook vernietigd wordt wanneer een van de partijen zich beroept op dwaling.
Een werkgever beriep zich op dwaling bij de verlenging van de arbeidsovereenkomst met een van zijn werkneemsters. De werkneemster was een taxichauffeuse die had verzwegen dat zij voor de datum van de verlenging een beroerte had gekregen waardoor het haar gedurende vijf jaar verboden was om als taxichauffeur te werken.
De werkgever meende dat de arbeidsovereenkomst na vernietiging van de verlenging was geëindigd door verloop van tijd op 14 augustus 2009. De kantonrechter oordeelde dat een buitengerechtelijke vernietiging wegens een wilsgebrek in beginsel toelaatbaar is, mits aan twee voorwaarden is voldaan. In de eerste plaats moet na ontdekking van de dwaling een situatie zijn ontstaan waarin de arbeidsovereenkomst nutteloos is omdat de bedongen arbeid niet kan worden uitgevoerd. In de tweede plaats mag de vernietiging er niet toe leiden dat een bestaand opzegverbod wordt omzeild.
In dit geval moest worden aangenomen dat de werkneemster vanaf december 2008 tot december 2013 niet geschikt wordt geacht om haar werk te doen. Daarmee is aan de eerste voorwaarde voor een beroep op dwaling voldaan. Aannemelijk is dat de werkgever als hij tijdig op de hoogte zijn geweest, geen verlenging van de tijdelijke arbeidsovereenkomst zou hebben aangeboden. De vraag was of buitengerechtelijke vernietiging wegens dwaling zou leiden tot een omzeiling van het opzegverbod bij ziekte. De ongeschiktheid om het overeengekomen werk te doen vloeide voort uit de gezondheidstoestand van de werkneemster. Op het tijdstip waarop werd gedwaald en de arbeidsovereenkomst werd verlengd, genoot de werkneemster geen ontslagbescherming wegens ziekte. De bestaande arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd zou immers van rechtswege door tijdsverloop eindigen. Op het tijdstip waarop de vernietiging werd ingeroepen genoot de werkneemster wel ontslagbescherming omdat zij op dat moment een arbeidsovereenkomst had voor onbepaalde tijd. Voor de beëindiging daarvan is opzegging nodig. De werkneemster was op het moment waarop de vernietiging werd ingeroepen arbeidsongeschikt wegens rug- en nekklachten, naast de door de regelgeving bepaalde ongeschiktheid als gevolg van de beroerte.
De kantonrechter vond het tijdstip waarop de werkgever de beslissing had genomen om de arbeidsovereenkomst te beëindigen bepalend voor de beoordeling van het bestaan van ontslagbescherming. Dat betekende dat een beroep op dwaling ter beëindiging van de arbeidsovereenkomst in strijd was met het opzegverbod wegens ziekte. De kantonrechter was van oordeel dat de arbeidsovereenkomst in stand was gebleven. De werkgever was verplicht om het loon door te betalen.