Vermogensetikettering woning met werkkamer

De Nederlandse omzetbelastingwetgeving bevatte een beperking van het recht van aftrek van voorbelasting voor goederen die een ondernemer gedeeltelijk zakelijk gebruikte. Voor zover de goederen niet zakelijk werden gebruikt had de ondernemer geen recht op aftrek van voorbelasting. Het Hof van Justitie EG heeft in 2005 bepaald, dat de Nederlandse wetgeving op dit punt in strijd is met de EG-regels. Een ondernemer kan ervoor kiezen om in dergelijke gevallen een investeringsgoed volledig tot het ondernemingsvermogen te rekenen en de op de aanschaf drukkende BTW volledig en onmiddellijk af te trekken. Met een beroep op dat arrest wilde een ondernemer de omzetbelasting die drukte op een door hem gekocht appartement in aftrek brengen. Het appartement bevatte een werkruimte die zakelijk werd gebruikt. Het appartement was dus deels dienstbaar aan de onderneming, zodat de ondernemer het appartement tot zijn ondernemingsvermogen kon rekenen. Het appartement was gezamenlijk eigendom van de ondernemer en zijn echtgenote. De facturen stonden op beider naam. De echtgenote was echter geen ondernemer en dus mocht de ondernemer slechts de helft van de voorbelasting in aftrek brengen. Volgens de rechtbank kan uit de rechtspraak van het Hof van Justitie EG niet worden afgeleid dat een ondernemer al bij de aanschaf, dus vóór de ingebruikneming, van een bedrijfsmiddel de keuze voor privé- of ondernemingsvermogen moet maken. Wanneer de keuze pas gemaakt wordt op het moment van ingebruikneming kan dat wel gevolgen hebben voor de aftrek van voorbelasting. Het recht op aftrek van voorbelasting moet namelijk geldend gemaakt worden over het tijdvak waarin de ondernemer de factuur heeft ontvangen.
De Nederlandse omzetbelastingwetgeving bevatte een beperking van het recht van aftrek van voorbelasting voor goederen die een ondernemer gedeeltelijk zakelijk gebruikte. Voor zover de goederen niet zakelijk werden gebruikt had de ondernemer geen recht op aftrek van voorbelasting. Het Hof van Justitie EG heeft in 2005 bepaald, dat de Nederlandse wetgeving op dit punt in strijd is met de EG-regels. Een ondernemer kan ervoor kiezen om in dergelijke gevallen een investeringsgoed volledig tot het ondernemingsvermogen te rekenen en de op de aanschaf drukkende BTW volledig en onmiddellijk af te trekken.
Met een beroep op dat arrest wilde een ondernemer de omzetbelasting die drukte op een door hem gekocht appartement in aftrek brengen. Het appartement bevatte een werkruimte die zakelijk werd gebruikt. Het appartement was dus deels dienstbaar aan de onderneming, zodat de ondernemer het appartement tot zijn ondernemingsvermogen kon rekenen. Het appartement was gezamenlijk eigendom van de ondernemer en zijn echtgenote. De facturen stonden op beider naam. De echtgenote was echter geen ondernemer en dus mocht de ondernemer slechts de helft van de voorbelasting in aftrek brengen.
Volgens de rechtbank kan uit de rechtspraak van het Hof van Justitie EG niet worden afgeleid dat een ondernemer al bij de aanschaf, dus vóór de ingebruikneming, van een bedrijfsmiddel de keuze voor privé- of ondernemingsvermogen moet maken. Wanneer de keuze pas gemaakt wordt op het moment van ingebruikneming kan dat wel gevolgen hebben voor de aftrek van voorbelasting. Het recht op aftrek van voorbelasting moet namelijk geldend gemaakt worden over het tijdvak waarin de ondernemer de factuur heeft ontvangen.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u