Vermis bij verzending naar Oostenrijk was onttrekking in Nederland

Een Nederlands bedrijf ontving een zending van diverse goederen afkomstig uit Israël die op dezelfde datum onder het stelsel van het douane-entrepot van het bedrijf werd geplaatst. Het ging om 99 colli en in totaal 11.158 kg. Deze goederen werden onder de regeling voor extern communautair douanevervoer naar Oostenrijk vervoerd. Bij aankomst stelde de douane vast dat van de zending een collo met een brutogewicht van 266 kg ontbrak. De op de vrachtwagen aangebrachte verzegeling was intact. De Nederlandse douane stuurde met betrekking tot het ontbrekende collo een kennisgeving van niet-zuivering. Het bedrijf reageerde niet op deze kennisgeving. Vervolgens legde de inspecteur wegens gedeeltelijke niet-zuivering een uitnodiging tot betaling van douanerechten en omzetbelasting en een boetebeschikking op. Naar het oordeel van de Douanekamer van Hof Amsterdam waren de uitnodiging tot betaling en de boetebeschikking terecht opgelegd. De aangifte voor extern communautair douanevervoer was niet herzien, zodat de Douanekamer uit moest gaan van de juistheid daarvan. Volgens het Communautair Douane Wetboek (CDW) ontstaat een douaneschuld bij invoer wanneer aan rechten bij invoer onderworpen goederen aan het douanetoezicht worden onttrokken. Het begrip onttrekking betekent elk handelen of nalaten waardoor de bevoegde douaneautoriteit, al is het maar tijdelijk, geen toegang heeft tot de goederen en de voorgeschreven controles niet kan uitvoeren. Door niet te voldoen aan de verplichting om de onder de regeling extern douanevervoer geplaatste goederen op het kantoor van bestemming aan te brengen en doordat met betrekking tot het vervoer en de bestemming van de goederen niets was komen vast te staan, was duidelijk dat zich een als onttrekking aan te merken onregelmatigheid had voorgedaan. Er was een douaneschuld ontstaan op de plaats waar de feiten zich hadden voorgedaan. Vast stond dat de goederen niet onder douanetoezicht waren vervoerd en evenmin in het douane-entrepot waren achtergebleven. De Douanekamer vond aannemelijk dat de onttrekking zich in Nederland had voorgedaan. Ten aanzien van de boete merkte de Douanekamer op dat het bedrijf de formaliteiten ter beëindiging van de regeling extern communautair douanevervoer niet had vervuld omdat het niet alle goederen ter bestemde plekke had aangebracht of afgeleverd. Daarom was terecht een verzuimboete opgelegd.
Een Nederlands bedrijf ontving een zending van diverse goederen afkomstig uit Israël die op dezelfde datum onder het stelsel van het douane-entrepot van het bedrijf werd geplaatst. Het ging om 99 colli en in totaal 11.158 kg. Deze goederen werden onder de regeling voor extern communautair douanevervoer naar Oostenrijk vervoerd. Bij aankomst stelde de douane vast dat van de zending een collo met een brutogewicht van 266 kg ontbrak. De op de vrachtwagen aangebrachte verzegeling was intact. De Nederlandse douane stuurde met betrekking tot het ontbrekende collo een kennisgeving van niet-zuivering. Het bedrijf reageerde niet op deze kennisgeving. Vervolgens legde de inspecteur wegens gedeeltelijke niet-zuivering een uitnodiging tot betaling van douanerechten en omzetbelasting en een boetebeschikking op. Naar het oordeel van de Douanekamer van Hof Amsterdam waren de uitnodiging tot betaling en de boetebeschikking terecht opgelegd. De aangifte voor extern communautair douanevervoer was niet herzien, zodat de Douanekamer uit moest gaan van de juistheid daarvan. Volgens het Communautair Douane Wetboek (CDW) ontstaat een douaneschuld bij invoer wanneer aan rechten bij invoer onderworpen goederen aan het douanetoezicht worden onttrokken. Het begrip onttrekking betekent elk handelen of nalaten waardoor de bevoegde douaneautoriteit, al is het maar tijdelijk, geen toegang heeft tot de goederen en de voorgeschreven controles niet kan uitvoeren. Door niet te voldoen aan de verplichting om de onder de regeling extern douanevervoer geplaatste goederen op het kantoor van bestemming aan te brengen en doordat met betrekking tot het vervoer en de bestemming van de goederen niets was komen vast te staan, was duidelijk dat zich een als onttrekking aan te merken onregelmatigheid had voorgedaan. Er was een douaneschuld ontstaan op de plaats waar de feiten zich hadden voorgedaan. Vast stond dat de goederen niet onder douanetoezicht waren vervoerd en evenmin in het douane-entrepot waren achtergebleven. De Douanekamer vond aannemelijk dat de onttrekking zich in Nederland had voorgedaan. Ten aanzien van de boete merkte de Douanekamer op dat het bedrijf de formaliteiten ter beëindiging van de regeling extern communautair douanevervoer niet had vervuld omdat het niet alle goederen ter bestemde plekke had aangebracht of afgeleverd. Daarom was terecht een verzuimboete opgelegd.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u