Vermindering voorlopige aanslag toegestaan

Het in rekening brengen en vergoeden van heffingsrente bij het opleggen en verminderen van voorlopige aanslagen heeft al tot meerdere procedures geleid. De Belastingdienst is meerdere malen teruggefloten omdat zij naar zichzelf toerekende door zo min mogelijk rente te vergoeden. Aan de reeks uitspraken is een arrest van de Hoge Raad toegevoegd.

 

De procedure heeft betrekking op een voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2006, die na het indienen van de aangifte over dat jaar door de inspecteur ambtshalve werd verlaagd. Had de inspecteur in plaats daarvan een negatieve nadere voorlopige aanslag opgelegd, dan had de Belastingdienst heffingsrente moeten vergoeden. Bij de ambtshalve verlaging hoefde dat niet. Vervolgens bleek dat de ingediende aangifte door een fout in de software onjuist was. Na het indienen van een gecorrigeerde aangifte legde de belastingdienst een nadere voorlopige aanslag inkomstenbelasting op, waarbij € 480 aan heffingsrente in rekening werd gebracht.

 

Hof Den Bosch was van oordeel dat het in rekening brengen van heffingsrente in dit geval in strijd was met het zorgvuldigheidsbeginsel. De wet verbiedt de Belastingdienst niet om een negatieve (nadere) voorlopige aanslag op te leggen. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat een voorlopige aanslag door verrekening met een eerdere voorlopige aanslag negatief kan zijn. Door in plaats daarvan te kiezen voor het ambtshalve vernietigen van de eerdere voorlopige aanslag, bespaarde de inspecteur de belastingdienst een bedrag aan heffingsrente. Bij een juiste afweging van de belangen van de belanghebbende en die van de Staat had de inspecteur een andere keuze moeten maken.

De Hoge Raad is van oordeel dat de inspecteur de eerste voorlopige aanslag wel mocht verminderen, op voorwaarde dat hij de belanghebbende zou compenseren voor het door hem over de periode van 1 juli tot en met 31 december 2006 optredende rentenadeel.

De inspecteur is echter niet verplicht om in plaats van ambtshalve vermindering te kiezen voor het opleggen van een nadere voorlopige aanslag.

<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">Het in rekening brengen en vergoeden van heffingsrente bij het opleggen en verminderen van voorlopige aanslagen heeft al tot meerdere procedures geleid. De Belastingdienst is meerdere malen teruggefloten omdat zij naar zichzelf toerekende door zo min mogelijk rente te vergoeden. Aan de reeks uitspraken is een arrest van de Hoge Raad toegevoegd. </P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt"><?xml:namespace prefix = o ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:office" /><o:p>&nbsp;</o:p></P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">De procedure heeft betrekking op een voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2006, die na het indienen van de aangifte over dat jaar door de inspecteur ambtshalve werd verlaagd. Had de inspecteur in plaats daarvan een negatieve nadere voorlopige aanslag opgelegd, dan had de Belastingdienst heffingsrente moeten vergoeden. Bij de ambtshalve verlaging hoefde dat niet. Vervolgens bleek dat de ingediende aangifte door een fout in de software onjuist was. Na het indienen van een gecorrigeerde aangifte legde de belastingdienst een nadere voorlopige aanslag inkomstenbelasting op, waarbij € 480 aan heffingsrente in rekening werd gebracht.</P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt"><o:p>&nbsp;</o:p></P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">Hof Den Bosch was van oordeel dat het in rekening brengen van heffingsrente in dit geval in strijd was met het zorgvuldigheidsbeginsel. De wet verbiedt de Belastingdienst niet om een negatieve (nadere) voorlopige aanslag op te leggen. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat een voorlopige aanslag door verrekening met een eerdere voorlopige aanslag negatief kan zijn. Door in plaats daarvan te kiezen voor het ambtshalve vernietigen van de eerdere voorlopige aanslag, bespaarde de inspecteur de belastingdienst een bedrag aan heffingsrente. Bij een juiste afweging van de belangen van de belanghebbende en die van de Staat had de inspecteur een andere keuze moeten maken. </P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">De Hoge Raad is van oordeel dat de inspecteur de eerste voorlopige aanslag wel mocht verminderen, op voorwaarde dat hij de belanghebbende zou compenseren voor het door hem over de periode van 1 juli tot en met 31 december 2006 optredende rentenadeel. </P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">De inspecteur is echter niet verplicht om in plaats van ambtshalve vermindering te kiezen voor het opleggen van een nadere voorlopige aanslag.</P>
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u