Vermindering heffingsrente wegens onzorgvuldige aanslagregeling

De Belastingdienst legde over het jaar 2003 een zogenaamde nihilaanslag inkomstenbelasting op aan een belastingplichtige. De eerder opgelegde negatieve voorlopige aanslag in verband met de uitbetaling van heffingskortingen werd daarbij verrekend, wat resulteerde in een te betalen bedrag van € 1.417. Daarover bracht de Belastingdienst een bedrag van € 109 aan heffingsrente in rekening. De belastingplichtige had niet gevraag om uitbetaling van heffingskortingen. De eerder opgelegde voorlopige aanslag was vastgesteld zonder een uitvoerige controle van de aangifte en zonder rekening te houden met de aangifte van de partner. Bij het opleggen van de definitieve aanslag bleek dat de belastingplichtige geen recht op uitbetaling van heffingskortingen had. De rechtbank was van oordeel dat de Belastingdienst onzorgvuldig had gehandeld door zonder verzoek of aanleiding daartoe over te gaan tot uitbetaling van heffingskortingen. Dat had echter niet tot gevolg dat terugbetaling van de heffingskortingen bij de definitieve aanslag achterwege mocht blijven. Evenmin was het gevolg dat de Belastingdienst geen heffingsrente mocht berekenen. Wel verminderde de rechtbank de in rekening gebrachte heffingsrente met een bedrag van € 14. Daardoor was het te betalen bedrag aan heffingsrente gelijk aan het bij de voorlopige aanslag vergoede bedrag aan heffingsrente.
De Belastingdienst legde over het jaar 2003 een zogenaamde nihilaanslag inkomstenbelasting op aan een belastingplichtige. De eerder opgelegde negatieve voorlopige aanslag in verband met de uitbetaling van heffingskortingen werd daarbij verrekend, wat resulteerde in een te betalen bedrag van € 1.417. Daarover bracht de Belastingdienst een bedrag van € 109 aan heffingsrente in rekening. De belastingplichtige had niet gevraag om uitbetaling van heffingskortingen. De eerder opgelegde voorlopige aanslag was vastgesteld zonder een uitvoerige controle van de aangifte en zonder rekening te houden met de aangifte van de partner. Bij het opleggen van de definitieve aanslag bleek dat de belastingplichtige geen recht op uitbetaling van heffingskortingen had.
De rechtbank was van oordeel dat de Belastingdienst onzorgvuldig had gehandeld door zonder verzoek of aanleiding daartoe over te gaan tot uitbetaling van heffingskortingen. Dat had echter niet tot gevolg dat terugbetaling van de heffingskortingen bij de definitieve aanslag achterwege mocht blijven. Evenmin was het gevolg dat de Belastingdienst geen heffingsrente mocht berekenen. Wel verminderde de rechtbank de in rekening gebrachte heffingsrente met een bedrag van € 14. Daardoor was het te betalen bedrag aan heffingsrente gelijk aan het bij de voorlopige aanslag vergoede bedrag aan heffingsrente.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u