Vermindering aanslag OZB verzorgingstehuis
De onroerende zaakbelasting kent de mogelijkheid van verschillende tarieven voor woningen en voor andere onroerende zaken. De belasting van een zogenaamde niet-woning kan worden verminderd met het percentage van de waarde van de onroerende zaak dat kan worden toegerekend aan delen van de onroerende zaak die in hoofdzaak dienen als woning.
Een verzorgingstehuis werd door de gemeentelijke belastingambtenaar aangemerkt als niet-woning, zonder rekening te houden met een vermindering voor delen die als woning in gebruik waren. De totale vloeroppervlakte van het verzorgingstehuis werd voor 57,4% in beslag genomen door kamers van de bewoners. Iedere kamer had een douche, een toilet en een keukentje. De vraag was of de kamers in hoofdzaak dienden voor bewoning. Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad betekent in hoofdzaak voor 70% of meer. Ook als een onroerende zaak als geheel primair een verzorgingsfunctie heeft sluit dat niet uit dat delen daarvan op zichzelf beschouwd tot woning dienen.
Volgens de rechtbank waren de kamers bedoeld om permanent als verblijfsruimte te dienen voor de bewoners van het verzorgingstehuis. De rechtbank merkte de kamers aan als woningen. De rechtbank verminderde de aanslag met het percentage van de waarde van de onroerende zaak dat kan worden toegerekend aan deze kamers. Dat percentage werd tussen partijen vastgesteld op het aandeel van de kamers in de totale oppervlakte.
De onroerende zaakbelasting kent de mogelijkheid van verschillende tarieven voor woningen en voor andere onroerende zaken. De belasting van een zogenaamde niet-woning kan worden verminderd met het percentage van de waarde van de onroerende zaak dat kan worden toegerekend aan delen van de onroerende zaak die in hoofdzaak dienen als woning.
Een verzorgingstehuis werd door de gemeentelijke belastingambtenaar aangemerkt als niet-woning, zonder rekening te houden met een vermindering voor delen die als woning in gebruik waren. De totale vloeroppervlakte van het verzorgingstehuis werd voor 57,4% in beslag genomen door kamers van de bewoners. Iedere kamer had een douche, een toilet en een keukentje. De vraag was of de kamers in hoofdzaak dienden voor bewoning. Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad betekent in hoofdzaak voor 70% of meer. Ook als een onroerende zaak als geheel primair een verzorgingsfunctie heeft sluit dat niet uit dat delen daarvan op zichzelf beschouwd tot woning dienen.
Volgens de rechtbank waren de kamers bedoeld om permanent als verblijfsruimte te dienen voor de bewoners van het verzorgingstehuis. De rechtbank merkte de kamers aan als woningen. De rechtbank verminderde de aanslag met het percentage van de waarde van de onroerende zaak dat kan worden toegerekend aan deze kamers. Dat percentage werd tussen partijen vastgesteld op het aandeel van de kamers in de totale oppervlakte.